35 jaar MUG: tijd voor pensioen

Of er reden is om deze verjaardag te vieren durf ik van afstand niet te zeggen, nu ook de laatste redacteuren in loondienst hun baan kwijt lijken te zijn. MUG Magazine – of kortweg MUG zoals het blad sinds de laatste ‘machtsovername’ heet – bestaat 35 jaar. Onder andere omstandigheden was dit jubileum samengevallen met mijn afscheid als directeur/hoofdredacteur vanwege het bereiken van de pensioenleeftijd op 14 oktober 2023. Het liep anders. Een persoonlijke terugblik op 35 jaar MUG, en dan vooral de periode 2006-2021.

De allereerste Amsterdamse MUG: ‘En, lekker gewerkt?’

Maar eerst hoe het allemaal begon: het Maandblad voor UitkeringsGerechtigden – afgekort M.U.G. – zag in in oktober 1988 het licht. De Amsterdamse MUG was een navolging van de al wat langer bestaande gelijknamige werklozenkrant in Den Haag en Rotterdam. In de residentie waren het destijds onder anderen oud-journalisten van dagblad Het Vaderland die, na zelf baanloos te zijn geworden, behoefte hadden om vanuit hun eigen ervaring over het bestaan als uitkeringsgerechtigde te schrijven. Een gestigmatiseerde groep. Vooral de rechtse pers en politiek zetten uitkeringstrekkers liefst weg als luiwammesen, profiteurs of als marginalen. Vrijwilligerswerk telde niet. Arbeid adelt, mits goed betaald.

Het concept ‘van, voor en door’ baanlozen sloeg aan en vond navolging in Amsterdam. Daarbij had de hoofdstad iets wat de residentie en Rotterdam ontbeerden: een humus van doorwinterde krakers en actievoerders, intellectueel gevoed door twee universiteiten, twee hogescholen en een paar kunstopleidingen. Aan werkloze afgestudeerden en gesjeesde studenten geen gebrek. Zo bleef de Amsterdamse MUG overeind terwijl de Haagse en Rotterdamse edities al snel ophielden te bestaan. Wat meehielp: een links gemeentebestuur in Amsterdam, van harte bereid om dit werklozeninitiatief met subsidie te ondersteunen.

Redactievergadering in het eerste redactiehonk in de Jordaan, met aan het hoofd Bert Vink

Het Maandblad voor UitkeringsGerechtigden M.U.G. draaide de eerste jaren op vrijwilligers, van redactie tot distributie. Het was populair in de alternatieve scene, concurrerend met het krakersblad Bluf! en later Ravage. Maar terwijl die bladen nogal radicaal waren en gericht op de revolutie, bleef het maandblad voor bijstandstrekkers meer down to earth. Met een uitkering het eind van de maand halen was voor menig Amsterdammer al uitdagend genoeg. In de wachtkamers van de sociale dienst werd het blad gretig gelezen. ‘De mug’, zoals fans het blad liefkozend noemden, was voor menigeen het vriendelijke gezicht van het actievoeren, al vonden sommigen het blad vooral ‘zuur links’.

Kraken staat symbool voor de doe-het-zelf-cultuur van de activistische jaren ’80. Ondanks een nog redelijk warme mantel aan collectieve voorzieningen en sociale zekerheid stak er onder CDA-premier Ruud Lubbers een straffe bezuinigings- en liberalisatiewind op. Er was woningnood, grote werkloosheid en menig jongere leverde zich over aan no future (punk). MUG zocht daarin een middenweg van praktische overlevingstips en nuttige informatie over voorzieningen tot kritische, soms wat elitaire maatschappijbeschouwingen. Het blad fungeerde als spreekbuis van hen die anders niet werden gehoord, zoals de Haagse bedenkers hadden bedoeld.

Een Rotterdamse editie: ‘Zijn werklozen wel echt criminelen?’

Was MUG aanvankelijk een ‘van, voor en door’-project, draaiend op onbetaalde vrijwilligers, daar kwam al snel verandering in met de komst van de Banenpool en iets later de ‘melkertbanen’ in de jaren ’90 – vernoemd naar de toenmalige PvdA-minister van sociale zaken Ad Melkert. MUG werd een leer-/werkplek, een kweekvijver voor mediamakers, van journalisten in de dop tot fotografen, vormgevers en een webmaster avant la lettre. Er was zelfs een radio-afdeling, die onder de naam Loon op Zand actualiteitenprogramma’s verzorgde op de lokale zender Salto. Hoeveel precies is niet makkelijk te achterhalen, maar zeker is dat tientallen succesvolle journalisten en andersoortige mediawerkers ooit als MUG’er zijn begonnen. 

De banenpoolers en ‘melkertiers’ (WIW’ers) kregen loon. Ze waren bij MUG gedetacheerd vanuit het toenmalige Maatwerk (later Pantar). Ook waren er nog steeds vrijwilligers actief en wat ook bleef was de licht anarchistische werkcultuur, met een bestuur (stichting BBU) op gepaste afstand. Op een zeker moment werd er ook een hoofdredacteur benoemd – zelf ook melkertier – maar die werd niet heel veel gezag gegund. De redactie bestuurde zichzelf.

Toch lukte het om maandelijks een redelijk tot goed gelezen gratis maandkrant (in tabloidformaat) uit te brengen. Aan creativiteit en talent geen gebrek, hooguit aan discipline. Dat wreekte zich onder meer in conflicten op de werkvloer. Let wel, dit heb ik niet uit eerste hand, al bestond een van mijn eerste klussen bij MUG wel degelijk uit het zien op te lossen van wat onenigheid tussen enkele medewerkers, waarvan er een ziek thuis zat.

Van subsidie naar inkoop

En zo werd het 2006: Lubbers werd ‘Paars’ en Kok werd Balkenende. De Participatiewet was in aantocht. De gemeenteraad had alvast een motie aangenomen met als strekking dat bijstandsgelden niet langer aan subsidie voor ‘hobbyprojecten’ als MUG mochten worden besteed. Indiener was PvdA-gemeenteraadslid Thijs Reuten. Stond een wethouder van zijn partij aan de wieg van het Maandblad voor UitkeringsGerechtigden, Reuten dreigde het blad de nek om te draaien. Maar zover zou het niet komen. Sterker, wederom schoot een PvdA-wethouder de MUG-lezer te hulp, op voordracht van de sociale dienst (DWI) en met instemming van de raad.

MUG op de Bevrijdingsmarkt, met het nieuwe logo

Dat is waar ondergetekende in beeld komt. De eerlijkheid gebiedt dat ik geen fanatieke MUG-lezer was. De toon was mij vaak te larmoyant, soms wat zelfgenoegzaam en te weinig journalistiek. Ik hoorde ook niet echt tot de doelgroep met mijn enigszins luxe bestaan als loonslaaf. Maar ik raakte bij MUG betrokken nadat radiomaker Bart van Maanen mij had gestrikt om in het door hem en hoofdredacteur Bert Vink vervaardigde Salto-programma Loon op Zand als commentator op te treden. Ik genoot in progressieve stadsminnende kringen enige bekendheid als kritische redacteur van het Amsterdams Stadsblad, volgens Jan Blokker sr. de NRC onder de huis-aan-huisbladen. Ook het Stadsblad stond trouwens op omvallen, in handen van vastgoedondernemer en media-amateur Erik de Vlieger. 

Ondertussen verkeerde MUG in een dubbele crisis. Niet alleen zou de subsidie stoppen, er was ook een conflict met het bestuur, en dan vooral met de voorzitter – saillant: ook een PvdA’er. Die bemoeide zich, naar de smaak van de redactie, te veel met de krant en zou zich te autoritair gedragen. Dat was het verhaal zoals dat tot mij kwam (enkele pogingen om het druk bezette PvdA-Kamerlid te spreken mislukten). Liever had de redactie gezien dat hij subsidie had geregeld in plaats van zich inhoudelijk met MUG te bemoeien. En dus stonden Bart en Bert op een dag op het achterdek van mijn woonschip. Of ik de rol van interim-voorzitter op mij wilde nemen en subsidiegesprekken met de gemeente wilde voeren.

Zo werd ik in 2006 onbezoldigd voorzitter (ad interim) van stichting BBU, de ideële uitgever van MUG. Spoedig bleek dat de gemeentelijke sociale dienst (DWI) geen belang had bij het stopzetten van MUG. Integendeel. Zoals de toenmalige directeur mij uitlegde: “MUG bereikt mensen die wij als dienst nooit bereiken, juist door jullie kritische opstelling. Mensen vertrouwen MUG.” Hij begreep het, en met hem oud-journalist Ahmed Aboutaleb, op dat moment PvdA-wethouder sociale zaken. Weer die verduivelde PvdA! In plaats van subsidie zou MUG een ‘inkoopcontract’ krijgen, plus nog steeds bijna ‘gratis’ personeel in de vorm van WIW’ers, één I/D’er en een enkele SW’er. Het blad was gered, niet in de laatste plaats dankzij de inzet van hoofdredacteur en zakelijk leider Bert Vink.

Scherpe afspraken over redactionele onafhankelijkheid

Eerste pagina van het inkoopcontract uit 2006. Op de tweede pagina (hier niet afgedrukt) staat onder meer de belofte van huisvesting door DWI

Het inkoopcontract ter waarde van €130.000 per jaar (jaarlijks te verlengen) zou worden aangevuld met onder meer huisvesting, ict en kantoorspullen. De redactie (tot dan te krap gehuisvest in een souterrain aan de Da Costastraat) zou een leegstaande, zelfstandige kantoorruimte van DWI mogen betrekken. Toen dat niet handig bleek, kwam er ter compensatie een additionele €20.000. MUG moest het dus met anderhalve ton doen, voor personeelslasten, huisvesting, drukkosten, computers en distributie. Wel kwamen daar nog wat loonsubsidies bij voor MUG’s rol als leer-/werkplek en participatieplaats. Er was ook sprake van een bescheiden eigen omzet aan advertenties. Vooral sociale advocaten adverteerden graag in MUG.

De inkooprelatie met de gemeentelijke sociale dienst mag bijzonder worden genoemd. Was dit geen verkapte subsidie, met minder democratisch toezicht? En zou MUG nu niet aan het lijntje van de ‘soos’ moeten lopen, voor menig lezer én redacteur de gezworen vijand? Wat kocht de dienst eigenlijk in? Dat laatste stond omschreven: advertentiepagina’s en de optie om incidenteel van MUG gebruik te maken voor extra communicatie met de doelgroep. Denk aan specials om regelingen onder de aandacht te brengen. Ook het allerbelangrijkst stond zwart op wit, op mijn nadrukkelijke verzoek: de gemeente zou te allen tijde MUG’s redactionele onafhankelijkheid respecteren. Géén bemoeienis met de journalistieke koers, laat staan met de inhoud van artikelen. Daarmee durfde ik als interim-voorzitter de redactie ons reddingsplan voor te leggen.

Bij het overlijden van Fabiola, een van de paradijsvogels van het creatieve, vrije Amsterdam. MUG had ook volop aandacht voor kunst, cultuur en emancipatie

Er was wel een voorwaarde aan deze ‘inkooprelatie’. Hoe vaag omschreven ook, MUG werd geacht zich te professionaliseren en op termijn zichzelf te bedruipen. Was het eerste met beperkte middelen en nauwelijks professionele journalisten in het team al niet simpel, het tweede zou een illusie blijken. De Dienst Werk & Inkomen legde zich daar op termijn ook bij neer, al gingen daar de nodige onderhandelingen aan vooraf. Voor de professionaliseringsslag voerde ik, samen met Bert Vink, gesprekken met het team. Hoe zagen zij hun toekomst en die van MUG? ‘Van, voor en door’ bleef het motto, maar het moest wel serieuzer, zowel qua journalistieke taakopvatting als qua werkhouding. Bert deelde die opvatting. Aan de redacteuren en vormgevers vroegen wij hoe zij die opgave zagen, en hun rol daarin? De meeste MUG-medewerkers reageerden enthousiast, al vond een enkeling zijn manier van werken met hooguit één doorwrocht artikel per maand al een hele prestatie. Achteraf zeg ik: terecht. Want ook dat was MUG.

Primus inter pares

Zo dacht ik eind 2006 mijn doel als interim-voorzitter te hebben bereikt. Er was weer geld en er leek bereidheid tot een wat ijveriger invulling van MUG’s journalistieke taak. Alleen het formeren van een nieuw bestuur moest nog zijn beslag krijgen. Maar toen kwam als donderslag bij heldere hemel Bert’s mededeling dat hij zou vertrekken. Tijd voor een nieuwe stap. Daar was het hem als WIW’er per slot van rekening ooit om begonnen. Of ik het stokje niet van hem over wilde nemen? Als MUG’s eerste hoofdredacteur in reguliere loondienst. 

Het jaar 2006 was voor mij een tussenjaar geweest. Na als adjunct chef bij het Amsterdams Stadsblad te zijn vertrokken – ik weigerde nog langer voor Erik de Vlieger te werken – stond ik weer eens voor de klas. Helaas, in het overgereguleerde onderwijs lag mijn roeping niet. Uitdagender vond ik mijn raadslidmaatschap in Amsterdam-Centrum. Maar lid zijn van een stadsdeelraad was nu eenmaal geen baan en een politieke carrière kwam – zeker op dat moment – niet in mij op. Daarbij voelde ik mij in de SP minder thuis dan gehoopt. Ik was kennelijk toch te veel sociaaldemocraat met wat anarchistische, anti-autoritaire trekjes.

Na jarenlang trouwe klant bij Dijkman (vroegere drukker van De Waarheid) in Diemen te zijn geweest bracht het nieuwe magazine formaat MUG naar drukkerij Senefelder (links vormgever Rob van der Doe) in het verre Doetinchem. Logistiek ook een hele operatie

Bert’s uitnodiging kwam dus niet alleen als een verrassing maar ook als een onverwacht cadeau, waar ik tot dan toe geen moment aan had gedacht. Veel bedenktijd had ik echter niet nodig. Wel stelde ik één voorwaarde: de redactie moest mij ook als haar nieuwe hoofdredacteur aanvaarden, zonder conflict. Dat lukte op één stemonthouding na. De redacteur in kwestie zou altijd mijn sympathie houden als voor de duvel niet bang en tegendraads, meer een activist dan een journalist maar voor MUG vele jaren een rots in de branding.

Hij was, in mijn beleving, een MUG’er pur sang: de ‘bewust baanloze’. De belichaming van waar MUG jarenlang voor had gestaan. In de ogen van rechtse cynici een profiteur, een beroepssteuntrekker. Maar ik zag vooral maatschappelijke betrokkenheid, gedrevenheid, activisme en overlevingskunst. Of dat alles geheel uit vrije wil was, laat ik in het midden. Hij inspireerde mij om het idee van een basisinkomen te omarmen, als de meest rechtvaardige vorm van bestaanszekerheid, zonder dat hele kafkaëske uitkeringen- en toeslagencircus, dat mensen bijvoorbaat tot criminelen maakt, of zoals de Rotterdamse MUG op 5 juni 1990 zichzelf afvroeg: ‘Zijn werklozen wel echt criminelen?’.

Op 1 januari 2007 trad ik aan als directeur/hoofdredacteur van MUG, in ongesubsidieerde loondienst bij stichting BBU. Daarmee werd de stichting voor het eerst in haar geschiedenis loongevend, een rol waar zowel het stichtingsbestuur als ondergetekende aan moest wennen. Mijn taakopvatting was vooral die van primus inter pares van een team van journalisten en bladenmakers. Ik wilde allereerst bijdragen aan de door mij en het bestuur bepleite én door de gemeente gevraagde professionalisering, ook als voorwaarde voor een enigszins gezonde bedrijfsvoering. 

Nog net op tijd voordat veel beschut werk werd afgebroken, kon MUG bij de sociale werkvoorziening SWA in Alphen aan den Rijn nieuwe displays laten maken

Wat mij vooral enthousiast maakte, was dat MUG een publiek bereikte dat vaak niet eens geld had voor een krant of tijdschrift, mét verhalen waarin men zichzelf zonder schaamte kon herkennen. MUG als tegenhanger van Quote, als klein broertje van het FD. Hoe cynisch dit ook mag klinken: dankzij de kabinetten Balkenende en Rutte, die zorgden voor groeiende en schrijnender armoede, compleet met voedselbanken, leken er voor MUG kansen te liggen als nooit tevoren. Zo zag ik dat althans, en met mij het BBU-bestuur. Uniek en trots makend was ook ons distributiesysteem: niet huis-aan-huis maar in displays op voor de doelgroep strategische plekken.

De klus bleek al snel heel veel meer te behelzen dan het geven van journalistieke leiding. Als directeur moest ik alle zeilen bijzetten om het schip op koers en drijvende te houden, en de broodnodige vernieuwingen doorvoeren. Dat ik de rol van hoofdredacteur en die van zakelijk leider (directeur) combineerde – altijd een punt van discussie in de journalistiek – was noodzaak en wel zo praktisch in de gegeven constructie. Financieel kon het ook niet anders. Spijtig was alleen dat het aan adequate ondersteuning ontbrak, vooral tegen het eind. Er moest echt veel gebeuren om MUG enigszins met zijn tijd mee te laten gaan. Het knippen en plakken lag achter ons, ook het kleine MUG moest in techniek investeren. En hoe goed het distributieconcept ook was, ook daar veel qua efficiency en besparing veel te winnen. Meest zorgelijk was de advertentieverkoop. 

Helemaal op eigen houtje zou nooit lukken, zo had ik al snel door. Daarvoor waren printmedia commercieel al te ver op hun retour en MUG’s doelgroep te weinig koopkrachtig. In alle opzichten het tegendeel van Quote. Veel tijd ging zitten in het zoeken naar alternatieve financieringsbronnen (fondsen, projecten, sponsoring, abonnementen) en het opzetten van een effectievere acquisitie. Vooral dat laatste was trekken aan een morsdood paard, althans voor mij als journalist zonder verkoopervaring. Bovenal, de advertentiemarkt lag simpelweg op z’n gat. Wie dachten wij wel niet dat waar andere bladen bij bosjes failliet gingen MUG wel even een nieuwe advertentiemarkt kon aanboren?

Bezuinigen was een stuk eenvoudiger, onder meer door een snelle reorganisatie van de distributie en het laag houden van de personeelslasten (ten koste van onder meer een betrouwbare pensioenregeling, zo bleek helaas pas na mijn afscheid). Het bestuur inspireerde, controleerde mijn plannen en voerde gesprekken met de gemeente – uiteindelijk zou dat ook tot een eenmalige verhoging leiden, wat neerkwam op totaal net iets onder de twee ton per jaar.

Een dubbele doelstelling

Hoewel het team en ondergetekende al uitvoerig kennis hadden gemaakt, besefte ik pas bij mijn aantreden als directeur/hoofdredacteur ten volle welke complexe dubbelrol MUG vervulde, overigens conform de BBU-statuten. Er moest een lezenswaardig, zo professioneel mogelijk blad voor de doelgroep worden gemaakt. Tegelijkertijd fungeerde MUG als leer-/werkbedrijf. Naast de bewust baanlozen, van wie ik mij regelmatig afvroeg hoe ‘bewust’ dat baanloze was, plus enkele enthousiaste vrijwilligers en stagiaires kwamen er via Pantar en DWI steeds meer medewerkers met ‘een zekere’ afstand tot de arbeidsmarkt, tot aan een enkele SW’er (sociale werkvoorziening). Op het hoogtepunt telde MUG zo’n veertien vaste medewerkers, waarvan de meeste gedetacheerd vanuit de WIW (Wet Inschakeling Werkzoekenden).

Jongereneditie met Pieter Hilhorst als gasthoofdredacteur

De toename was in feite een paradox, want het gevolg van de afbouw van het gesubsidieerde werk. Vooral culturele instellingen moesten hun ‘melkertiers’ versneld laten gaan. Veel alternatieven waren er niet voor de soms wat minder aangepaste hoogopgeleiden, zoals de afgestudeerde sterk bijziende docent, de beat-dichter en de altoos in kennelijke staat verkerende ex-journalist. De gemeente ‘dumpte’ er een aantal bij MUG, en ik kon geen nee zeggen, mede uit angst die ene journalistieke of commerciële groeidiamant mis te lopen. Er liep ook een enkele paradijsvogel tussen, als vrijwilliger of ‘arbeidsparticipant’ vanwege de P-wet. Zoals de topfotograaf, afkomstig van Het Parool, die het provoceren niet kon laten en trots rondbazuinde dat hij op de PVV stemde. Of de dakloze, die eerder bij dagblad De Pers had gewerkt en nu blij was met zijn dagelijkse gratis tosti’s en – terwijl ik soms wegkeek – zijn stiekeme slaapplaats op de redactie. 

De een was getalenteerder dan de ander, of vooral net iets ijveriger. Dat laatste was zeker een pré in onze kruiwagen vol kikkers. We hadden het soms liefdevol over onze ‘sociale werkplaats’. Vaak voelde ik mij meer een werkbegeleider, opvoeder en coach dan hoofdredacteur. Blij was ik met de spaarzame begeleiding door Pantar. Toch was het geen pamperen of dagbesteding wat we op de redactie deden, er moest gewoon iedere maand een serieus blad worden gemaakt. Kon het niet uit de lengte, dan uit de breedte. De redactiepoule was in elk geval groot genoeg om het blad iedere maand vol te krijgen. En dat niet eens zo slecht, het gaf ook lucht aan mensen die dat nodig hadden.

Ondertussen had het blad heel wat verandering ondergaan, van Maandblad voor UitkeringsGerechtigden tot MUG Magazine, informatie- en opinieblad voor minima. Oplage 32.000, verspreidingsgebied van IJmuiden tot Diemen. Volgens onderzoeksbureau Markteffect goed voor zo’n 40.000 lezers iedere maand. We maakten een blad én een website, die heel langzaam in belang toenam – zij het waarschijnlijk minder voor de primaire doelgroep van minima dan voor de zogeheten intermediairs. Er was zelfs enige tijd sprake van een app, als experiment voor een digitaal betaalloket. En we bedachten specials zoals de jongereneditie met Pieter Hilhorst als gasthoofdredacteur. We probeerden een event (‘Het mes in de bijstand?’) in de Mozes en Aäronkerk en er was het idee van een heuse ‘budget fair’, als tegenhanger van de populaire Miljonair Fair. Dat plan mislukte jammerlijk. Wel namen enkele stadsdelen het concept in het klein over onder de naam ‘budgetmarkt’.

Het tabloid-formaat was definitief ingeruild voor een full colour magazine, met een fris logo naar ontwerp van ex-MUG-vormgeefster Jelske Boonstra (rode olifant) en freelancer Rob van der Doe (titellogo en vormgeving magazine).

Daarnaast zorgden bijzondere projecten voor de broodnodige extra inkomsten, waaronder distributiewerk voor De Groene Amsterdammer, het vervaardigen en verspreiden van de Woonlastenkrant (later Woonmagazine), de jaarlijkse Herdenkingskrant Februaristaking en meer incidenteel drukwerk. Met financiële steun van de Delta Lloyd Groep Foundation (later Stichting van Schulden naar Kansen) kon er een sociale kaart worden opgezet en bijgehouden, in print en online. De MUGwijzer bestaat (as we speak) nog steeds, zoals meer destijds geïntroduceerde rubrieken. Langzaam maar zeker begon ook de website wat voor te stellen, wel steeds in de overtuiging dat MUG en zijn lezers het toch vooral van papier en drukinkt moesten hebben.

De tweede verhuizing onder mijn directeurschap bracht zowaar een bijna serieuze redactiecultuur, totdat wethouder Andrée van Es, door het Rijk gedwongen, een streep trok door het gesubsidieerd werk. De versnelde afbouw betekende het ontslag van alle WIW’ers op twee na. Het einde van het huurcontract van ons nu te grote kantoor aan de Tilanusstraat kwam als geroepen. Er kwam weer een verhuizing aan, mijn derde als meewerkend leidinggevende. Er zou er nog één volgen, mijn laatste. Achteraf besef ik dat vier verhuizingen (Da Costastraat > Zeeburgerpad > Tilanusstraat > Nieuwezijds Voorburgwal > Tweede Leeghwaterstraat) in twaalf jaar, met alle organisatie daar omheen, wel wat veel van het goede zijn geweest.

Vanaf de versnelde afbouw van het gesubsidieerde werk in 2012/2013 draaide MUG nog maar op 1,5 FTE aan vaste redactie, plus distributeur Fred van der Zee en freelance vormgever/dtp’er Rob van der Doe en Jantine Jimmink. Het nieuwe redactiehol – want dat was het – aan de Nieuwezijds Voorburgwal voldeed vooral qua ligging. Maar het verlies van zoveel medewerkers werd gevoeld. Per slot van rekening had het daar bij MUG óók altijd om gedraaid, om de kweekvijver-functie en het zijn van een blad ‘van, voor en door’ de doelgroep. Voor vrijwilligers bleek de nieuwe setting minder aantrekkelijk, ze maakten meer en meer plaats voor freelancers. Op de redactie werkte nog maar één WIW’er, wiens detachering in 2015 in een dienstverband moest worden omgezet. Mede daardoor liepen de kosten op, ondanks de overuren die ik zelf als ‘meeschrijvend’ hoofdredacteur maakte, ook in het up-to-date houden van de website.

Stadsgids Schulden 010

Terwijl de advertentie-inkomsten nog altijd niet overhielden, werd ingezet op fondsenwerving en projecten. Zo vervaardigden we vier keer per jaar het magazine van de Huurdersvereniging Amsterdam (redactie/eindredactie, fotografie en vormgeving/opmaak). Maar het meest succesvol waren toch de drie schuldhulpgidsen voor Amsterdam, Rotterdam en Arnhem, in opdracht van de stichting Van Schulden Naar Kansen (v/h Delta Lloyd Groep Foundation) onder leiding van Marie-Louise Voors (opgevolgd door Hester Apeldoorn). Fondsenwerving stuitte steevast op de geringe aaibaarheid van een kritisch blad als MUG. Zo niet bij deze zeer actieve stichting VSNK. Zonder Marie-Louise Voors en collega’s had MUG de 35 niet gehaald. De drie ‘stadsgidsen schulden’ lieten zien waar MUG ook toe in staat was, bouwend op onze ervaring en expertise. Een dankbare klus ook, met de broodnodige extra revenuen voor MUG.

De DLGF/stichting VSNK was er een van niet lullen maar poetsen. Het contrast met eerdere ‘meedenkers’ als Alexander Ribbink, Annemarie van Gaal, Derk Sauer, Rotary Amsterdam, Frits van Exter en Marius Ernsting – om maar wat gesprekspartners te noemen, in mijn soms wat onwennige zoektocht naar fondsen, subsidies en investeerders – kon niet groter. Ik mocht al blij zijn dat ik überhaupt een gaatje in hun drukke agenda’s had mogen prikken, waarvoor ik ze uiteraard ook dankbaar was. Hetzelfde geldt overigens voor de ‘kneiterlinkse’ wethouders Rutger Groot Wassink (GroenLinks) en Marjolein Moorman (PvdA), bij wie ik al kort na hun aantreden op belet mocht.

Omzien in wrok?

Na tien arme maar toch vooral bijzonder mooie en productieve jaren, vooral de eerste vijf, begon de lucht boven MUG te betrekken. Vooral 2018 werd een rampjaar, dat tot diep in 2020 nadreunde… stel ik achteraf vast. Eigenlijk nog langer, als ik de rechtszaak omtrent mijn pensioen en verdere nasleep – ook van mijn ziekte – meereken. Het redactiehok aan de Nieuwezijds (Gebouw De Kolk) werd in 2018 te duur. De schulden stapelden zich op, al bestonden die ‘slechts’ uit de almaar uitgestelde uitbetaling van mijn pensioeninleg (een bankspaarregeling ter vervanging van een echte pensioenregeling). Zoals de latere penningmeester Eef Meijerman in 2019 schreef: ‘We zijn niet failliet omdat jij de pensioenvoorziening niet opvraagt…’ Een constatering waar hij na mijn vertrek een bijzondere interpretatie aan meende te moeten geven. 

Beetje krap achterin de Piaggio voor redacteuren Arjan en Jos. Ook voorin trouwens. Arme Fred. De Piaggio werd snel ingeruild voor een echte bestelauto, en uiteindelijk zelfs een comfortabele, milieuvriendelijke elektrische bestelbus

De gemeente hield de ‘inkoopsom’ annex subsidie al jaren op iets onder de twee ton, met alleen incidenteel een reparatie om bijvoorbeeld apparatuur te kunnen vernieuwen. DWI’s directieadviseur Kees Hulsman zag uiteindelijk ook in dat MUG het zo niet zou redden en adviseerde om bij de twee nieuwe wethouders sociale zaken en armoedebeleid aan te dringen op structureel meer subsidie.

Maar hoe ‘kneiterlinks’ zij zich ook presenteerden, Groot Wassink en Moorman gaven niet thuis. Is journalistiek toch iets te abstract, ook voor ex-hoogleraar communicatie Moorman? Mijn indruk is dat directieadviseur Hulsman op de valreep van zijn pensioen overruled werd door topambtenaar armoedebeleid Harro Hoogerwerf, een voormalige CDA-stadsdeelbestuurder die meer in charitas gelooft dan in een structurele aanpak. Zo meende hij afgelopen voorjaar in Pakhuis De Zwijger als panellid tijdens een armoededebat te moeten vaststellen dat Amsterdam zéér succesvol is in de bestrijding van armoede en dat armoe in de hoofdstad reuze meevalt. Hij prees vooral de Stadspas als vorm van effectieve armoedebestrijding. Wij van WC-Eend… enfin, het is maar hoe je het bekijkt. Overigens gaf de altijd uiterst diplomatieke Hoogerwerf in een onbewaakt moment ook toe dat MUG eigenlijk te weinig kreeg, maar nooit tevergeefs bij hem had hoeven aanbellen voor noodhulp. Dat moet ik beamen. Zo kon MUG in 2018 nog rekenen op een financiële injectie om computers te vervangen en een nieuwe website te laten bouwen. Die klus (ad €10.000,-) ging, na een marktverkenning, naar de schoonzoon van toenmalige bestuurslid Pam de Soete – een achteraf twijfelachtige keuze. Ad hoc-financiering leidt sowieso niet altijd tot het beste resultaat. 

Er was meer tegenslag, met als klap op de vuurpijl een hartoperatie eind 2019 en een levensbedreigende hersenziekte, die mij tot eind april 2020 op non-actief zette – met de nodige nasleep. Hoewel ik klaar stond om de draad voorzichtig weer op te pakken, wist ik mij na april 2020 niet meer welkom in De Remise, het nieuwe redactielokaal dat ik nota bene met hulp van Fred van der Zee eigenhandig had ingericht. De verhuizing naar de Tweede Leeghwaterstraat was mij zwaar gevallen. Ik herinner mij haarscherp hoe ik in de zomer van 2019 maar nauwelijks de trap op wist te klauteren. Het was op, in elk geval voor dat moment. Was het alleen de encefalitis, of had de jarenlange worsteling om MUG in de lucht te houden ook zijn tol geëist? Volgens mijn neuroloog is stress hoe dan ook een killer.

Dat de koek op was, gold ook voor het BBU-bestuur, loyaal sinds 2006/2007 (met wat mutaties) bestaande uit Hansje Kalt (voorzitter), Andries de Jong, Ivo Rigter, Mark van Dongen, Robert Sandelowsky en Patrick Vernack (eerder gestopt). Altijd bereid om iets te doen en constructief mee te denken. Met name Hansje Kalt en Andries de Jong ontging weinig als het om MUG ging. Ik herinner mij de tientallen keren dat ik met Kalt op haar woonschip (ook een bootbewoner!) mocht overleggen, over jaarverslagen, subsidieaanvragen, personeelsbeleid, investeringen enzovoort. Het was dat bestuur waarmee ik optrok naar de wethouders, met onder meer de eenmalige structurele ophoging van de subsidie/inkoop met ‘net geen’ halve ton als resultaat. Helaas, het was en bleef too little too late.

Beantwoording van mijn raadsadres over inzet subsidiegeld voor het mij onthouden van pensioen. De brief (twee pagina’s) eindigt met: ‘De afdeling Armoedebestrijding heeft juist gehandeld binnen het subsidiekader. Er is geen sprake geweest van oneigenlijke inzet van subsidiegeld. Met waardering voor uw inzet en de samenwerking, wens ik u het beste.’ Was getekend, Marjolein Moorman, Wethouder Armoedebestrijding

Ook een nieuw aantredend bestuur na 2018 bleek zijn stoere belofte (Meijerman: “Je vroeg mij in het bestuur, dan zal ik besturen ook!”), ondanks politieke vrienden (PvdA en D66) niet waar te kunnen maken en ruimde amper drie jaar later alweer het veld – doch niet nadat ik een misselijkmakende rechtszaak moest voeren om een deel van mijn pensioen te kunnen vorderen. Vooral de valse verklaringen en het gegoochel met cijfers deden pijn, en het totaal negeren waar MUG altijd voor had gestaan. Zoals MUG mij leerde om met meer compassie naar mensen te kijken; zo moest ik de laatste drie jaar van mijn werkzame leven ervaren als een poging mij daar weer vanaf te helpen. De gang van zaken deed denken aan een eerdere bestuurlijke ‘machtsgreep’, met ook een PvdA’er in de hoofdrol. Het verschil: dat bestuur vond toen nog een strijdvaardige redactie tegenover zich, en geen zieke hoofdredacteur met wat freelancers om zich heen die voor hun opdrachten moesten vrezen. Job Cohen zei al: ‘De PvdA is erg voor de mensheid en niet erg voor de mensen.’ 

Het meest cynische: topambtenaar Hoogerwerf van de gemeentelijke afdeling Armoedebestrijding spendeerde vele tienduizenden euro’s aan belastinggeld om – bedoeld of onbedoeld – mij een hak te kunnen zetten, zijn handen wassend in ambtelijke onschuld – politiek afgedekt door PvdA-wethouder Moorman. Geld dat MUG beter had kunnen inzetten om banen in de journalistiek te behouden. Dankzij de Wet open overheid (Woo) ligt een groot deel van dat dossier inmiddels op straat, klaar om door een alert gemeenteraadslid te worden opgeraapt… maar of dat gebeurt? Als we iets van de toeslagenaffaire en de parlementaire enquête fraudebeleid hebben geleerd, is het dat overheid en politiek onvoorstelbaar hardvochtig en hardleers kunnen zijn. Inmiddels heb ik dat zelf aan den lijve ondervonden.

Het is nu aan een nieuw fris bestuur van stichting BBU/MUG Magazine (zoals ik het blad blijf noemen, ondanks de zin- en zielloze restyling kort na mijn vertrek) om puin te ruimen. Veelbelovend is dat het nieuwe bestuur wél kennis heeft van media en journalistiek. Vanaf deze plek wens ik Hans Laroes (voorzitter), Floris Lazrak (penningmeester/vice-voorzitter), Ronald Ockhuijsen, Marthy Conijn en Erna Berends veel sterkte, opdat MUG’s veertigjarig jubileum in een optimistischer stemming gevierd mag worden. Graag met behoud – of liever revitalisering – van de essentie van MUG. Ontwikkelingen van de laatste jagen geven helaas alle reden tot zorg.

Veel succes ook Josje Kerkhoven, Marchien Kuijken, Tony Strijbosch, Trudy Admiraal, Steven van der Jagt, Arjan van Oorsouw, Jacques Peeters, Daniëlle Robben, Arnoud van Soest, Jos Verdonk, Joep Bertrams, George Maas, Sandra Hoogeboom en andere oud-collega’s die de moed nog niet hebben opgegeven.