Corona-stilte in 020

AMSTERDAM – Het is al vaak opgemerkt, al durft niet iedereen: de corona-pandemie heeft voor de natuur én de stad ook een positieve kant. De natuur komt even op adem van alle luchtvervuiling, alle roofbouw. Amsterdam mist zijn toeristen… als kiespijn.

Uitzicht op het Concertgebouw, rond het middaguur (foto: Joop Lahaise)

Het Rijksmuseum, zelfs het Van Gogh is weer toegankelijk voor wie voor de kunst komt, in plaats van voor het ‘been there, done that’. Hoe lang een Amerikaanse toerist erover doet om door het achterhuis te rennen, vraag ik een vriendelijke medewerker bij de entree van het Anne Frankhuis. “Oh, dat valt nog wel mee, meneer… Chinezen, die vliegen er echt in drie minuten doorheen.” Hij brengt het lachend, maar zijn droeve ogen verraden hoe hij er echt over denkt. Een fundamenteel kenmerk van massatoerisme is gebrek aan respect, voor wie of wat dan ook.

Voor de schoonheid van Amsterdam hoef je het Rijks niet in, al is het nog zo’n verademing om eindelijk weer eens ongestoord naar pakweg een Rembrandt, Steen, Van der Helst, Sweerts of Berckheyde te kijken… die laatste schilder hield overigens ook van rust. Zijn beroemde schilderijen van de Gouden Bocht, zelfs zonder luidruchtige bomen op de kade, laten onwaarschijnlijk weinig volk op straat zien. Nu hoef je voor zo’n verstild stadsgezicht, op een zonovergoten klaarlichte dag het museum niet in… dankzij corona of covid-19 kun je je op tal van plekken in de stad even Berckheyde voelen.

Een vrijwel leeg Museum-grasveld (foto: Joop Lahaise)

Met de stad komt ook de stadsnatuur weer op adem. Ik lees in de krant dat het in de grachten krioelt van de beestjes, die daar normaliter allang niet meer voorkomen of in veel kleinere aantallen. Zelfs het Museumplein is leeg, al geeft deze foto een ietwat oneerlijk beeld. Opzij doen namelijk groepjes sjiek-sportief geklede sportievelingen hun best om ‘gezond’ op te vallen, met ingewikkelde rek- en strekoefeningen onder leiding van een paar zo mogelijk nog narcistischer fitness-trainers. Binnen sporten is inderdaad onverstandig… want niemand ziet je daar.

De keerzijde van zo weinig drukte is dat niet alleen de mooie stukken Amsterdam nóg beter tot hun recht komen, maar ook de mislukte. Nu heeft dit grasveld ongetwijfeld zeer veel meer fans dan wat exhibitionistische trimmers, maar ik neem soms met liefde een minderheidsstandpunt in: dit Museum-grasveld is mislukt… een voetbalveld zonder witte lijnen, smaakloos, karakterloos, sfeerloos. Het roept vooral weemoed op, met in herinnering het stukje heuse boulevard, die prachtige klinkerstraat met statige bomen langszij, die hier ooit liep, van het Rijks in één rechte lijn naar het Concertgebouw.

De Wester zonder toeristen, gezien vanaf het terras van café Kalkhoven (foto: Joop Lahaise)

Hoe anders dan het Museumplein is de Westertoren. Met of zonder toeristen, de Wester blijft de Wester. De barman van café Kalkhoven mist ze dan ook niet: “Ik mis de échte toerist, zo’n oudere Duitser die gezellig wat biertjes komt drinken… maar niet de sprinkhanen die hier door zo’n budget-vliegmaatschappij worden gedumpt. Die zitten een half uur op een tosti, zonder drankje… en dan ook nog een glas leidingwater eisen, want dat is gratis. Ach meneer, iedereen denkt dat de horeca niet zonder toeristen kan, maar ik vind het wel prima zo.”

Covid gun ik niemand maar ik knik instemmend bij de woorden van deze Amsterdamse cafébaas: ‘Ook ik vind het prima zo.’

Geef het door
error