Pak kinderarmoede aan, durf te verheffen

Volgens sommige van de oudere generatie, alles boven de pakweg vijftig, wordt Nederland dommer. Ze brengen in herinnering hoe het in hun tijd niet ongewoon was om een paar woordjes Frans en Duits te leren en een boek te moeten lezen. Kom daar nu eens om in het onderwijs, met uitzondering van een enkel super elitair smal gymnasium aan de rand van een lommerrijk villapark. Ik vrees dat die oudere generatie – waar ik zelf ook toe behoor – gelijk heeft. Niet alleen in het onderwijs is sprake van vervlakking, of in hardere termen ‘debilisering’ en ‘infantilisering’, maar ook in de media en de politiek. Verheffing is allang geen ideaal meer. Tegelijkertijd neemt de kinderarmoede toe. Nederland scoort internationaal slecht als het gaat om kinderen die in armoede opgroeien. Zou er een verband zijn?

NRC schrijft (19 juli 2020) dat Nederland kampioen is in het verminderen van armoede bij ouderen. Dat doen we beter dan Frankrijk en Duitsland. Het toeval wil dat ik dit stukje in Dijon schrijf, midden in la douce France. En inderdaad, een bejaarde bedelaar – niet zijnde een junk – die ’s ochtend om 7.30 uur bij de deur van de boulangerie beleefd om wat kleingeld vraagt zul je in Nederland niet snel zien. Maar terwijl het met de ouderenzorg nog wel snor zit, komen arme kinderen er bij ons juist slechter af dan in de ons omringende landen. 

Het NRC-artikel baseert zich op een rapport van het Sociaal en Cultureel Planbureau en het Centraal Planbureau. Dat baseert zich op zijn beurt op internationaal onderzoek. Hoogleraar Koen Caminada van de Universiteit Leiden deed daaraan mee. Hij onderzocht het armoedebeleid in 49 landen. Ook hem viel op dat zelfs een land als het Verenigd Koninkrijk beter scoort. Daar stoppen ze meer geld in het bestrijden van kinderarmoede dan bij ons.

Helaas blijkt dat geen remedie tegen armoede in het algemeen. Die is Groot-Brittannië vele malen groter en stukken grauwer dan in Nederland. Het NRC-artikel: ‘Het gros van de kinderen dat arm opgroeit, is niet arm als volwassene…’ De kans om armoede te ontgroeien is in Nederland groter dan in Engeland. Dat is niet om de ernst van kinderarmoede te relativeren, de zin loopt namelijk door: ‘…maar ze lopen wel een twee keer zo hoog risico om later arm te zijn dan andere kinderen.’

Aanpak van kinderarmoede is hoe dan ook hard nodig, in het belang van de getroffen kinderen en in ons aller belang. Jongeren zonder perspectief komen sneller in de verleiding om voor het makkelijke geld, de criminaliteit te kiezen. Hun binding met de samenleving is minimaal. Ze zullen gevoeliger blijken voor indoctrinatie door rechts-extremisten en islamitische (-nationalistische) fundamentalisten. Zie het ‘succes’ van een neofascist als Thierry Baudet onder met name ongeschoolde en vaak ook verwarde personen.

Hoe komt het dat Nederland zijn armere jeugd zo in de steek laat? De politieke verklaring is dat de jeugd electoraal minder boeit dan ouderen. Een andere Leidse hoogleraar merkt cynisch op: ‘Arme kinderen zijn ook minder ‘dramatiseerbaar’ als groep.’ Dit in tegenstelling tot kwetsbare ouderen in verpleeghuizen, aldus bijzonder hoogleraar Arco Timmermans, specialist politieke agendavorming. Met zielige bejaarden, al dan niet verpieterend in een verzorgingshuis, heeft iedereen wel te doen. Aandacht vragen voor hun ellende is makkelijk scoren, voor middenpartijen als het CDA en de VVD en zeker voor partijen als 50-Plus, FvD en PVV.

Kinderombudsvrouw Margrite Kalverboer merkt op dat kinderarmoede zich ook nog eens vooral bij burgers met een niet-westerse achtergrond concentreert. Een toch al gemarginaliseerde groep, ‘waar al minder politieke aandacht voor is’, meent Kalverboer, en die zich gemiddeld ook minder met de Nederlandse politiek bezighoudt. Wat ze er niet bij zegt: Populisten maken bovendien dankbaar gebruik van het feit dat armoede ook onder immigranten nogal eens tot verbittering en misdaad leidt, tot een zeker nihilisme. Je hoort het ze zeggen: ‘Zie je wel, de gevangenissen zitten vooral vol met rijksgenoten en Marokkanen.’ Anders gezegd, Baudet en Wilders hebben geen belang bij de aanpak van kinderarmoede, ze profiteren juist van meer armoede onder allochtonen.

We verzorgen kinderen maar versterken ze niet

Hoe pak je kinderarmoede aan? Margrite Kalverboer vindt dat er te veel in korte termijn-effecten wordt gedacht, in makkelijke materiële oplossingen: ‘Je geeft een kind een fiets, een laptop. Je zet ze op een sportclub. Dat is natuurlijk goed, zeker in deze crisis. Maar wat als er geen vervoer is naar de voetbalclub of het balletpakje niet wordt gewassen? (…) We verzorgen de kinderen, maar versterken ze niet.’ SCP-onderzoeker Stella Hoff in NRC, in antwoord op de vraag of Nederland slechter is geworden in het verheffen van kinderen uit armoede: ‘We worden er in elk geval niet beter in. De kansenongelijkheid in het onderwijs, dat een kind van laagopgeleide ouders een lager schooladvies krijgt, speelt daar een rol in.’ 

Daar is-tie dan, de vergeten term ‘verheffing’. Wie heeft dat eigenlijk nog in zijn partijprogramma staan? Van oudsher was dat de PvdA. En inderdaad, in het Verkiezingsprogramma 2017 komt de term zegge en schrijve één keer voor: ‘Wij zien verheffing, ontplooiing, emancipatie, zeggenschap en zelforganisatie van burgers als een doorlopende opgave. In het verleden hebben sociaaldemocraten gestreden voor onderwijs en cultuur voor iedereen, voor medezeggenschap en de ondernemingsraad, voor De weg naar vrijheid, Een leven lang leren, Baas in eigen buik en Bouwen voor de buurt.’ De sociaal-democraten lijken hier zelf toe te geven: Das war einmal. Hopelijk wordt deze ideologische blunder in het komende verkiezingsprogramma hersteld. Er zijn genoeg gezaghebbende instanties die dat een goed idee zouden vinden.

Helaas is verheffing niet meer populair. Een nare eigenschap van vervlakking en debilisering is dat de getroffenen eerder om nog minder ontwikkeling vragen dan om verheffing. Achteruitgang is ook hier zelfversterkend. Waarom moeite doen om een boek te lezen als je onderuit gezakt naar een Marvel-stripverfilming op Veronica kunt kijken, met een vette hamburger in je klauwtjes in plaats van met mes en vork moeten opzitten om van een met zorg bereide maaltijd te genieten. Of verstand op nul bij de zoveelste simpele soap op SBS/RTL.

Jezelf laten verheffen is vermoeiend én confronterend. De impliciete ‘belediging’ van het verheffingsideaal is immers dat er wat te verheffen valt. Dat soort kritiek past al helemaal niet in onze zelfbewuste, narcistische tijdgeest. Daarbij zoeken simpelen van geest het liever in dito antwoorden, en worden daarin dankzij ‘sociale’ en de klassieke populaire/commerciële media op hun wenken bediend. Het aantal rechts-populistische voormannen is sinds de aanloop naar WO-II wereldwijd niet zo groot geweest. 

En dan is nog de eerder genoemde gemarginaliseerde groep van immigranten, die zich afvraagt: ‘Verheffing? Naar wiens normen dan wel? Naar de normen van een racistische cultuur, die mij en mijn ouders altijd heeft afgewezen?’ Een naïeve gedachte, hoe begrijpelijk ook vanuit het perspectief van lieden die uit woede standbeelden van hun sokkels trekken. Ze hebben helaas meer gemeen met de nihilistische aanhang van extreem-rechts dan ze allicht denken. Ook die laatste nihilist heeft zo zijn reden tot woede, tot zich afzetten tegen de maatschappelijke orde.

Verheffing: het vergeten ideaal

Bij verheffing denkt men in de eerste plaats aan het onderwijs. En daar gaat het al mis, al decennialang. Matige arbeidsomstandigheden, slechte salariëring en navenante statusverlaging maken het vak van leraar almaar onaantrekkelijker. De kwaliteit van het onderwijs staat al heel lang onder druk. De helft van de scholieren leest nooit een boek. Het welvarende Nederland bungelt onderaan de internationale ranglijst van lezende landen. Ook hier tekent de ‘ver-Amerikanisering’ zich af. En dat treft vooral de scholen waar de economische onderklasse meest naartoe gaat, niet zozeer het eerder genoemde smalle gymnasium.

Maar verheffing is geen zaak van het onderwijs alleen. Ook de media spelen een cruciale rol. Ze zijn een spiegel van de samenleving, voeden en reproduceren onze collectieve kennis van de wereld en zijn de norm voor wat je moet weten om überhaupt mee te kunnen praten. Des te treuriger is dat de meeste zendgemachtigden en uitgevers de laaggeletterde, niet ontwikkelde burger als belangrijkste doelgroep zien. En dat ze laaggeletterdheid en stupiditeit als norm nemen, uit louter commerciële motieven: klantenbinding. Zelfs het NOS-Journaal spreekt zijn publiek steeds vaker op een kinderlijke toon aan, met versimpelde nieuws-items.

Pak jeugdarmoede aan, investeer in onze toekomst, snij ultra-rechts en fundamentalisten de pas af! Kortom durf weer te verheffen, om te beginnen in het onderwijs maar zeker ook in de media en de politiek. Verhef de jeugd en versterk ze, in plaats van minima te pamperen met wat gratis spullen. PvdA, durf verheffing weer tot speerpunt te maken in het verkiezingsprogramma, want zonder verheffing is de sociaal-democratie ten dode opgeschreven.

Basisbaan of slavernij

De Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR) bepleit ‘basisbanen’, voor mensen die al lang werkloos zijn, met weinig kans op de arbeidsmarkt. En ook voor sommige andere werkzoekenden. Een basisbaan geeft recht op het minimumloon, in plaats van een uitkering. De WRR denkt aan banen als schoolconciërge, buurthuisbeheerder of ondersteunende kracht in een verpleeghuis. ‘Werk dat anders niet of te weinig gebeurt’, schrijft de WRR. Zeker de PvdA (en andere linkse partijen) zou dit idee bijzonder kritisch moeten beschouwen, ondanks alle enthousiasme omdat het mooie herinneringen aan Ad Melkert oproept.

Als ‘kandidaat-basisbaan’ noemt de WRR functies die nu te weinig worden uitgevoerd. Dat is vooral het resultaat van decennia van bezuinigen op belangrijk werk, dat inmiddels is ondergewaardeerd als klussen die anderen er wel even bij kunnen doen. Laat leraren maar wat conciërgetaken uitoefenen, laat buurthuizen door vrijwilligers runnen, geef ziekenverzorgers er huishoudelijk werk bij. Het resultaat is een nóg zwaardere belasting van toch al zware, matig betaalde beroepen én het nog verder devalueren van beroepen die wel degelijk cruciaal zijn maar in onze emancipatie-ijver en zucht naar efficiëntie moesten sneuvelen. 

Denk ook aan winkel- en magazijnpersoneel, eenvoudig productiewerk, reparatiewerk (vervangen door de wegwerpmaatschappij). Dit soort beroepen definitief als werkverschaffing benaderen doet deze beroepen en hun beoefenaars ernstig te kort.

Recht op minimumloon

De WRR koppelt de basisbaan aan het recht op een minimumloon. Dat is een gevaarlijke koppeling, die de PvdA om principiële economische redenen nooit kan en mag volgen. Het minimumloon is een werknemersrecht en een werkgeversplicht, ongeacht de status van het werk, dus ongeacht de vraag of er sprake is van een werkverplichting (basisbaan) dan wel vrijwillig aangenomen werk. Arbeidsmigranten worden nu al onderbetaald.

De koppeling zet bovendien de deur open naar een ‘maximuminkomen’: werk dat als basisbaan wordt verkocht zal in de ogen van werkgevers niet alleen minimaal maar ook maximaal het minimumloon hoeven te kosten. Ideële/maatschappelijke organisaties zullen dit noodgedwongen doen vanwege hun maatsubsidies, (semi-)commerciële werkgevers (ook zorginstellingen, ziekenhuizen) vanuit hun economisch belang: waarom extra betalen voor wat je gratis krijgt? 

Verdere devaluatie van belangrijk werk is dus een belangrijk bezwaar, in combinatie met je reinste concurrentievervalsing. Bijkomend effect: verdere ondermijning van de rechtspositie van werkenden in genoemde functies. Nog principiëler is de hamvraag: is werkverplichting geen verkapte slavernij? Wat anders is een basisbaan, als verplichting – min of meer, want nog net zonder ball and chain – tegen betaling van een minimumloon? 

Alternatief: basisinkomen

Het verschil tussen een basisbaan en een basisinkomen kan niet groter zijn. Bij de laatste staat een recht voorop, geen plicht. Aan het basisinkomen worden geen voorwaarden gesteld, buiten ingezetenschap en leeftijd plus eventueel nog enkele jaren van aanvullende eisen in de sfeer van opleiding/stage. Het idee is juist dat een regelarm basisinkomen in plaats van het huidige complexe, dure en vaak invaliderende uitkeringsstelsel mensen eerder tot activiteit en zelfs betaald werk aanzet.

Opmerkelijk: WRR-onderzoeker en bijzonder hoogleraar Monique Kremer signaleert dat ‘de manier waarop we werken aan het veranderen is‘. Door flexibilisering en inzet van technologie wordt de arbeidsmarkt onzekerder en veeleisender. Daardoor is er een groep die geen baan vindt. Maar in plaats van dit veranderende systeem te hekelen en te kijken hoe we dit neoliberale tij kunnen keren (ook door de coronacrisis uiterst actueel), biedt Kramer de nieuwe slavernij liever de helpende hand.

Werkbrigade oftewel Melkertbaan 2.0

Valt er dan helemaal niets te zeggen voor een soort basisbaan, de werkprojecten waar de WRR aan refereert? Zo wordt de Amsterdamse Werkbrigade als voorbeeld genoemd, al geeft de WRR grif toe dat de opstapjes die deze organisatie biedt nog absoluut geen basisbanen zijn, want immers géén verplichte werkverschaffing. Inderdaad lijken ze meer op de vroegere Melkertbanen.

Er zijn mensen die, om uiteenlopende redenen, een steuntje in de rug kunnen gebruiken. Bijvoorbeeld bij oriëntatie op werk en het eventueel weer oppakken van een werkpatroon. Of als extra begeleiding bij herstel (fysiek, psychisch en sociaal, maar ook het in kader van leer/werk). Soms in de vorm van langdurige begeleiding om actief aan de maatschappij deel te (blijven) nemen bij chronische ziekte, beperking enzovoort.

Het kan daarbij om commercieel (productie-)werk gaan maar ook om dienstverlenende taken of creatief werk. Denk aan de gehandicapte die – nu vaak als vrijwilliger – voor een ziekenomroep werkt, ieder kwartaal een buurtkrant in elkaar zet of in de kinderboerderij werkt.

Dit soort werk vanuit de overheid ondersteunen en aanmoedigen is een prima zaak maar zou ik geen ‘basisbanen’ willen noemen, laat staan ze verplichten. Dan schieten ze hun doel voorbij. Wel mag het aanspraak kunnen maken op dit soort activiteiten, door mensen die op een andere manier niet aan de bak komen, een burgerrecht worden. Als dát de inzet van de PvdA wordt, verdient de partij daar alle steun voor.

Foto: Bedelaar in het Noord-Franse Lille (@JPLahaise)