Bevrijdingsdag 2020: van Duitschen bloed

Ook mijn vader was een Duitser, net als die van onze koning. Peter Braun was een priester uit de Zuid-Pfalz, de wijnstreek grenzend aan Frankrijk. Zelf heb ik altijd meer van Frankrijk gehouden, en dat niet eens vanwege mijn Franse achternaam, die ik slechts te danken heb aan mijn adoptiefvader, een afstammeling van Hugenoten. Ik verkeer in goed gezelschap, Willem-Alexander is eveneens van Duitschen bloed. En net als zijn vader was ook die van mij, godzijdank, niet fout in de oorlog.

Mijn biologische vader heeft Adolf Hitler één keer in de ogen gekeken. Hij wilde een Allee oversteken in München, waar hij als twintiger eind jaren dertig theologie studeerde. Gehaast en in gedachten wilde hij de brede laan oversteken maar belandde per ongeluk in een optocht met daarin de open Mercedes van der Führer.

Hun blikken ontmoetten elkaar, op een afstand van hooguit enkele meters. “Ik ben van mijn leven niet zo geschrokken als toen… van de totale waanzin in de ogen van die mens”, zo herinnerde hij zich die ontmoeting. “Ik ben omgedraaid en heb het op een rennen gezet, het park in. Pas minuten later kwam ik weer bij zinnen en zag de parade in de verte verdwijnen. De angst die deze Hitler mij toen, op dat moment inboezemde, zal ik nooit vergeten.”

Ik was opgelucht, toen mijn Duitse vader mij dat verhaal vertelde, jaren na onze eerste ontmoeting, mijn ontdekking van mijn werkelijke afkomst.

Niet minder trots ben ik op mijn biologische grootmoeder van mijn moeders kant. Grootmoeder Ott, uit dezelfde wijnstreek afkomstig maar nog dichter bij de Franse grens, weigerde rechtop te staan en de groet uit te brengen wanneer de stem van Adolf Hitler uit de luidsprekers klonk, die in de velden stonden waar zij werkte. Dat kwam haar op vier maanden gevangenisstraf te staan. Een marteling voor deze vrijheidslievende Duitse landarbeidster.

Nazi-parade met Adolf Hitler in zijn Mercedes (foto AFP)

Waarom schrijf ik dit? Vandaag (5 mei 2020) vierde Nederland 75 jaar bevrijding. Gisteren, 4 mei herdachten we de slachtoffers van de bruine terreur. Door de coronapandemie was de Dam nog nooit zo stil, sinds de allereerste herdenking op die plek ooit, op 9 mei 1945. Ook ik was geraakt door deze stille, misschien wel meest indrukwekkende dodenherdenking ooit én van de eerlijke toespraak van koning Willem-Alexander, wiens Duitse vader antifascist was. Voor het eerst in mijn republikeinse leven voelde ik mij met deze koning verbonden. Zijn toespraak maakte iets in mij los.

Ik moest aan mijn eigen vader denken, der Pfarrer, die een kind had verwekt bij zijn dienstmaagd, die dat kind ‘vanzelfsprekend’ niet mocht houden. Haar moeder was het die op haar beurt een dikke vinger opstak naar de Nazi’s door te weigeren voor der Adolf in het gelid te springen. Nee, mijn biologische ouders waren geen verzetshelden. En al was mijn vader theoloog, latinist en historicus, beiden waren bovenal eenvoudige, gelovige plattelanders die zich – toen nog wel – de les lieten lezen door de RK-kerk, zoals orthodoxe christenen, moslims en joden tot op de dag van vandaag. Mijn bestaan heb ik niettemin aan hen te danken. Alleen al daarom zal ik mij altijd inzetten voor vrijheid, democratie en zelfbeschikking… tegen het bruine gevaar dat ieder met gezond verstand al bij de eerste aanblik doet huiveren.

‘Het minste wat we kunnen doen is: niet wegkijken. Niet goedpraten. Niet uitwissen. Niet apart zetten. Niet ‘normaal’ maken wat niet normaal is. En: onze vrije, democratische rechtsstaat koesteren en verdedigen. Want alleen die biedt bescherming tegen willekeur en waanzin.’ (koning Willem-Alexander, uit de toespraak tijdens de Nationale Herdenking op de Dam op 4 mei 2020)

Joop Lahaise, 5 mei 2020

Geef het door
error