Een brug over de informatiekloof

jubileumnummer MUG Magazine
jubileumnummer MUG Magazine

MUG Magazine bestaat 30 jaar. Dat vierde MUG op 15 oktober in Plantage Dok, de eerste officiële Amsterdamse culturele broedplaats. Er was een paneldebat onder leiding van publicist Pieter Hilhorst, over de informatiekloof. Deelnemers aan het debat waren de wethouders Marjolein Moorman (PvdA, armoedebestrijding en schuldhulp) en Rutger Groot Wassink (GroenLinks, Werk en Inkomen), LCR-voorzitter Gerrit van der Meer, Frits van Exter (voorzitter Stimuleringsfonds voor de Journalistiek, oud-hoofdredacteur Trouw en Vrij Nederland), Yvonne Dankfort (Nederlandse Vereniging van Journalisten), Erik Dannenberg (voorzitter Divosa) en Roeland van Geuns (lector armoedebestrijding HvA). Als hoofdredacteur van MUG Magazine mocht ik het debat aftrappen met een toespraak over de informatiekloof. Hieronder de tekst.

Een brug over de informatiekloof

‘Olifant en muis lopen over een bruggetje, zegt de muis tegen de olifant: Wat stampen we lekker hè?’ MUG Magazine heeft een olifant in zijn logo, al sinds het allereerste Maandblad voor Uitkeringsgerechtigden, afgekort MUG, dat in 1984 in Den Haag het leven zag. Oprichters waren journalisten van dagblad Het Vaderland. Waarom een olifant? Iets met een spreekwoord, van een MUG een olifant maken. Misschien wat sneu achteraf gezien, wanneer er de ambitie mee werd uitgesproken om van MUG een grote krant te maken, een krant voor iedereen.

Aan ambitie ontbrak het de oprichters zeker niet en sneu waren ze allerminst. Dat blijkt uit de terugblik van Frans Hoynck van Papendrecht in ons jubileumnummer. Dito Wim Herstel, de eerste hoofdredacteur van filiaal Rotterdam en Tjerk Dalhuisen, medeoprichter van de Amsterdamse MUG. Maar in de elf jaar dat ik MUG nu mag aanvoeren, hou ik toch het gevoel van de muis.

Niet vanwege onze oplage van 32.000 – deze maand zelfs 35.000. En met zo’n 40.000 vaste lezers in Amsterdam is ons bereik behoorlijk, onze website niet eens meegerekend. Er zijn bladen die het met minder doen.

Dat ik toch aan die muis moet denken, heeft te maken met onze marginale rol in de journalistiek. Is dat terecht? Wij kloppen onszelf op de borst met een redactiestatuut, waarin onze missie en regels – gebaseerd op de Code van Bordeaux – en onze redactionele onafhankelijkheid zijn vastgelegd.

Ja, het is publiek geheim dat we zonder steun van de gemeente Amsterdam die dertig jaar nooit hadden volgemaakt maar niemand zal ons betrappen op het nabrabbelen van wat gemeentelijke communicatiemensen ons influisteren… als ze dat al doen, want ondanks onze prima relatie met de gemeente staan we zelden vooraan als er primeurtjes worden uitgedeeld.

Dan hebben de dagbladen het makkelijker, wat ik als journalist volledig begrijp want zelfs op onze thema’s – sociale zekerheid, werk, armoedebestrijding, schuldhulp – zijn zij natuurlijk meer agenda setter, zeker in de beleving van communicatie- en marketingadviseurs, die daar voor hebben doorgeleerd.

De oprichters van MUG Den Haag en vier jaar later die van MUG Amsterdam hadden een krant voor ogen voor mensen die om uiteenlopende redenen – vaak financiële – geen krant meer lazen. En zij meenden dat er een ander geluid in de media moest klinken: ‘van, voor en door’ uitkeringsgerechtigden. Ruim dertig jaar later hebben we het niet meer over alleen bijstanders maar over de gewone, zelden uit vrije wil, even of voor langere tijd niet zo hardwerkende Nederlander én steeds vaker ook de wel hardwerkende Nederlander die nauwelijks kan rondkomen.

In de jaren tachtig had je werk én wat te besteden, of je had een uitkering en minder te besteden… hoewel meer dan nu. Tegenwoordig is de groep die het amper zelfstandig redt, of zich in de schulden heeft gewerkt, gevarieerder, van tot levenslange armoede veroordeelde Wajongers tot sappelende ZZP’ers, van bijstanders tot AOW’ers met geen of weinig aanvullend pensioen en van NUG’ers (Niet UitkeringsGerechtigden) tot banenstapelaars. Voor hen maken wij MUG én voor een ieder die zich hun positie aantrekt. Tijden veranderen maar ook in de jaren tachtig werd er een kloof gesignaleerd tussen zij die wel op de hoogte zijn en mensen die niet of in mindere mate toegang hebben tot het nieuws en tot verdieping van het nieuws.

Mijn stelling is dat die kloof alleen maar is gegroeid, ondanks en deels juist dankzij internet. Dat is zorgelijk, niet in de laatste plaats omdat ook zij die aan de verkeerde kant van de informatiekloof staan eens in de vier jaar naar de stembus gaan – als ze de moed niet hebben opgegeven. Ook deze mensen doen mee: consumeren, participeren en laten in de publieke ruimte van zich horen. En dan heb ik het nog niet eens over die andere belangrijke groep MUG-lezers: de professionals, vrijwilligers en betrokken Amsterdammers. Je vraagt je af, waarom zou MUG geen agenda setter kunnen zijn? Voor zover ik weet, worden we ook op het stadhuis goed gelezen.

Laat varen dat minderheidscomplex, hou ik mezelf regelmatig voor. Maar dan is er de harde realiteit van de pecunia. MUG draait op een kernteam van 1,5 FTE, inclusief ondergetekende. En hoe hard redactiechef Marcel ook werkt, we missen de slagkracht om een ‘agenda beïnvloedend blad’ te maken over complexe zaken als de sociale zekerheid, de WMO, de schuldhulp en de praktijk van dat alles.

Onze enthousiaste freelancers doen hun best en het lukt hun iedere maand opnieuw om prachtige verhalen op te tekenen, van Amsterdammers die met elkaar het beste ervan proberen te maken. Maar onderzoeksjournalistiek, zelfs het consequent bijhouden van ontwikkelingen op ons terrein vergt een redactie, zeker met onze ambitie om met onze nieuwe website dichter op het nieuws te zitten en nóg meer een platform te zijn ‘van, voor en door’ onze lezers.

Misschien schampert u: ‘Tja, wat wil je nou met een gratis blad. Voor echte journalistiek moet worden betaald.’ Menig vakbroeder denkt er zo over. Zo pleitte Erik van Gruijthuijsen, Persgroep-directeur journalistiek, voor minder serieuze journalistiek in huis-aan-huisbladen. Laat lokale krantjes vooral gezellig blijven, met herkenbare verhalen over de nieuwe toonbank van de bakker, hoe ‘top’ de snackbar om de hoek is, hoe lekker het bankstel van Leen Bakker zit en hoe ijverig jeugdtrainer Jansen zijn pupillen tot Ajax-hoogte opjaagt.

Begrijpt u mij goed, ik doe niet meewarig over dat soort nieuws. Ik ben ooit als leerling-journalist bij de Helderse Courant begonnen en heb met ongelooflijk veel plezier jarenlang bij het Amsterdams Stadsblad gewerkt, toen nog een bloedserieus nieuwsblad… de NRC onder de huis-aan-huisbladen, volgens Jan Blokker. Juist omdat ik het belang van lokale journalistiek zie, verzet ik mij tegen het economisch cynisme dat spreekt uit de stelling dat de minder welgestelde, vaak minder hoog opgeleide burger blij mag zijn met een advertentieblaadje met wat middenstands- en amateursport-nieuws.

Bij het voorbereiden van deze toespraak heb ik De Nederlandse krant van 1618 tot 1978, van nieuwstydinghe tot dagblad van Maarten Schneider en Joan Hemels uit de kast gepakt. Bij Hemels volgde ik als UvA-student Nederlandse taal- en letterkunde – ik zit blijkbaar in de hoek van de uitstervende beroepen – in de jaren tachtig het bijvak Geschiedenis van de Pers, met nog wat massacommunicatie-vakken. Op de omslag onweert het al meteen: ‘In de laatste vijftien jaar heeft de Nederlandse dagbladpers ingrijpende wijzigingen ondergaan. Symbolisch daarvoor is dat de Nieuwezijds Voorburgwal niet meer de Fleetstreet van Amsterdam is.’ Nee, dat klopt… alleen MUG heeft er nog zijn bescheiden redactiekantoortje. Schneider en Hemels signaleren in 1979 een verschraling van de perspluriformiteit. Titels, vooral lokaal en regionaal, verdwijnen, worden samengevoegd of overgenomen om alsnog ten grave te worden gedragen. En dan bestaan op dat moment nog Het Vaderland, Het Binnenhof, Het Vrije Volk, De Waarheid en het Amsterdams Stadsblad. U snapt, ik zie MUG Magazine graag als witte raaf in dat steeds verder verschralende perslandschap.

Over de teloorgang van de pers, het waarom en de consequenties, wordt veel gefilosofeerd. Ik hou het voor nu bij de constatering dat grote delen van de bevolking meer en meer verstoken blijven van andere informatie dan louter commerciële boodschappen, het aanbod in de eigen media-bubble (Netflix, satelliet, social media) en wat gerichte informatie of PR van de overheid. Menig burger weet amper nog wat er in stad, regio en land gaande is, afgezien van wat trending topics die de massa bereiken via social media, wat nieuwssites en natuurlijk nog steeds het NOS-Journaal, met daarbij de kanttekening dat ook bij de publieke omroep almaar minder ruimte is voor journalistiek.

Optimisten wijzen er graag op dat dankzij internet het nieuws nu pas echt op straat ligt, vaak ook nog gratis en voor niks. Dat klopt deels. Zo lees ik tegenwoordig kranten die ik vroeger alleen op vakantie las. Maar u en ik zijn niet representatief voor de groep waar MUG voor is bedacht. In de jaren tachtig waren dat mensen die zich tot hun gemis veelal geen krant konden permitteren, nu steeds vaker mensen voor wie een krant iets van een verre planeet is… van een elite, die aan hen geen boodschap heeft en aan wie zij geen boodschap hebben.

Er wordt veel gesproken over fake news. Mij verbaast die hype enigszins. Propaganda is van alle tijden, net als uitgesproken subjectieve journalistiek met een eigen, ideologische draai aan de werkelijkheid. De Amerikaanse mediasocioloog Herbert Schiller beschreef in de vorige eeuw accuraat de journalistieke mythes, waaronder die van de objectieve verslaggeving. Objectief nieuws bestaat niet. Natuurlijk, het internet en vooral social media als Twitter en Facebook hebben het verspreiden van nepnieuws vereenvoudigd, met een eindeloos grotere impact dan vroegere blaadjes als De Nieuwe, al kon de fameuze yellow of popular press ook toen al behoorlijk ontregelend zijn. Maar volgens mij geldt hoe dan ook: hoe slechter iemand is geïnformeerd, hoe bevattelijker hij of zij is voor fake news, uit welke hoek en via welk kanaal dan ook.

En zo ben ik terug op het thema ‘informatiekloof’. Genoemde Schiller schreef al in 1995 het boek Information Inequality: The Deepening Social Crisis in America, compleet met een verrassend nuchtere vooruitblik op de minder vrolijke kanten van internet. Schiller heeft het over: ‘Inequality of access and impoverished content of information’.

Leggen we ons daarbij neer of proberen we een brug te slaan waarop mug en olifant gebroederlijk kunnen stampen? Het zal u niet verbazen, ik zie dertig jaar na de oprichting van MUG Amsterdam nog steeds een rol voor ons weggelegd. Natuurlijk als middel om armoedevoorzieningen en informatie over sociale zekerheid onder de aandacht te brengen, over schuldhulp te informeren en over manieren om weer aan het arbeidsproces of tenminste actief aan de maatschappij deel te nemen, ook cultureel, onder meer via het aanbod van Stadspas. Over dat doel zijn MUG en de gemeente Amsterdam het eens, al liggen daar volgens mij meer kansen dan nu worden benut. Een kwart van de Amsterdamse huishoudens leeft op een inkomen tot 120 procent van het sociaal minimum, de werkloosheid stagneert alweer terwijl er toch heel wat onvervulde vacatures zijn. Er valt genoeg te doen.

Maar ook in het scherp houden van de overheid, in de rol van persmuskiet – ons motto luidt niet voor niets ‘MUG houdt je wakker’ – ligt ons bestaansrecht, al blijft dat voor een bescheiden speler als MUG een uitdaging en maken we daar niet alleen vrienden mee. Toch zou zeker de overheid – en niet te vergeten de politiek – juist die kritische rol van MUG moeten koesteren. Niet alleen omdat uitvoerders van de sociale zekerheid, die meestal van meer dan goede wil zijn, van onze kritiek kunnen leren maar bovenal omdat burgers die tegen het beleid of uitvoeringsproblemen aanlopen daar in de media zelden iets over teruglezen. Zonder MUG zouden zij zich nog minder gehoord voelen. En dat zich niet gehoord voelen, is mijns inziens dé veroorzaker van de groeiende kloof tussen burger en politiek c.q. burger en overheid c.q. polarisatie.

Digitalisering van overheidsdiensten lost de kloof niet op, integendeel. Terwijl beleidsmakers zichzelf graag voorhouden dat digitalisering voor meer transparantie, gemak en efficiency zorgt, leert de praktijk het omgekeerde. Dat treft niet alleen laaggeletterden of mensen met computervrees, ik kom hoogopgeleide jongeren tegen die als ze iets willen weten of moeten regelen net zo verdwaald op het scherm turen. Dit is overigens geen pleidooi tegen digitalisering, ook MUG ziet mogelijkheden voor onze website, als interactieve en dagelijks actuele aanvulling op de papieren MUG.

Het gaat om meer dan alleen weten wat er speelt, het gaat er ook om je ervaringen kwijt te kunnen, ideeën op te doen, jezelf te herkennen in verhalen van anderen of bijvoorbeeld van de Ombudsman, en ook in kritische journalistieke stukken over het functioneren van onze sociale stad en welvaartsstaat. Je gehoord voelen en – heel soft – het gevoel houden dat je er nog toe doet, ondanks je bescheiden maatschappelijke positie… zoals een lezeres uit Noord ons bijna melodramatisch mailde: ‘MUG is mijn anker in een eenzame stad.’

Ik denk nog steeds dat de informatiekloof het beste kan worden overbrugd met informatie… liefst zo laagdrempelig mogelijk. Daarom geloof ik meer dan ooit in het bestaansrecht van MUG Magazine, als gratis blad dat gewoon in de supermarkt, stadskantoor, buurthuis of bibliotheek voor het meenemen ligt, en dat niet opdringerig door de brievenbus wordt geschoven – of net zo hinderlijk niet wordt bezorgd. MUG lezen doe je vrijwillig, uit nieuwsgierigheid. En mensen zijn nog steeds nieuwsgierig, dat laat onze onverminderde populariteit na dertig jaar wel zien.

Joop Lahaise
Hoofdredacteur/directeur MUG Magazine

Geef het door

Be the first to comment on "Een brug over de informatiekloof"

Leave a comment

Your email address will not be published.


*


Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.