Wat weet de dokter van vliegende vliegjes?

Mouches volantes klinkt een beetje dubbelop: vliegende vliegjes. Men spreekt ook wel van floaters of in goed Nederlands vertroebelingen in het oog, kleine zwarte spikkeltjes alsof je door een beroet glas kijkt, en sliertjes die zich laten omschrijven als spinrag of kreeftjes. Ze zweven vertraagd mee (volante) met het bewegen van het oog. Bijkomend verschijnsel in het schemerdonker: lichtflitsen of liever kort oplichtende mini tl-balkjes linksboven in mijn gezichtsveld. Ik heb er sinds vijf dagen last van, van het ene op het andere moment. Extra vervelend omdat het in mijn ‘goede’ linkeroog zit, het oog dat vorig jaar dankzij een succesvolle staarbehandeling van zo’n -3 naar 0 is gebracht. Sindsdien hoef ik amper meer een bril op. Het is een platitude maar toch… goed zicht betekent alles voor mij.

Helemaal nieuw is het verschijnsel niet; ik heb er eerder last van gehad en altijd ging het na enkele dagen over. Hoewel behept met een milde vorm van hypochondrie (wie niet?) besluit ik het weekend af te wachten. Op zondag bekijk ik wat medische websites zoals oogartsen.nl en oogvereniging.nl. Zo lees ik dat mouches meestal onschuldig zijn, maar ook: ‘Het kan zijn dat de vlekjes hinderlijker worden en samengaan met flitsen, plotselinge gezichtsvelduitval of minder zien. Dit kan het begin zijn van een netvliesprobleem, bijvoorbeeld een netvliesloslating. Het is in dat geval belangrijk dat u snel een afspraak maakt met uw oogarts.’ (Oogvereniging)

Ik begin mij enigszins ongerust te maken, vooral vanwege de flitsen. Er kan sprake zijn van ‘achterste oogvocht loslating’, een proces dat versneld kan worden door een staaroperatie (Oogartsen), zoals ik die vorige jaar heb gehad en dat zeker op oudere leeftijd nogal eens voorkomt. Ook wordt melding gemaakt van ‘netvliesloslating’ of een ‘netvliesscheur’. Het risico van blindheid is serieus aanwezig. Reden genoeg om er naar te laten kijken. Maar maandag lijkt het iets rustiger in mijn linkeroog, totdat ik ‘s avonds de lichten uitdoe en weer die lichtflitsen ontwaar.

De volgende dag toch maar even de oogkliniek gebeld, waar ik mijn staaroperatie heb laten uitvoeren.

Oogkliniek, dinsdagochtend: ‘U moet toch eerst naar de huisarts voor een verwijsbrief.’
Huisarts, dinsdagochtend: ‘Uw bloeddruk is perfect, daar ligt het niet aan. Van ogen heb ik minder verstand, dus ik zou toch echt even naar de oogarts gaan; ik schrijf een verwijzing voor u uit, die komt vandaag per mail via ZorgDomein binnen. U wordt dan door de kliniek gebeld voor een afspraak, of u belt zelf even zodra de verwijzing binnen is.’

Dinsdagavond, even voor middernacht: Per sms komt het sein dat de verwijzing is gearriveerd. Ik verbaas mij hierover, vóór tussenkomst van ZorgDomein kreeg je van je huisarts direct een verwijsbrief mee, waarmee je nog dezelfde dag een afspraak met kliniek of ziekenhuis kon maken. De nieuwe werkwijze mag dan efficiënter zijn voor de behandelaar en bovenal voor de groeiende bureaucratie rondom de geneeskundige zorg maar sneller is zij zeker niet.
Woensdagochtend, oogkliniek: ‘Ja, we hebben de verwijzing binnen. U kunt over zes weken bij ons terecht.’ Dan pas? ‘Even kijken, ja eerder kan maar in een andere vestiging, over drie weken. Nee, echt niet veel eerder want de huisarts schrijft niet dat er spoed achter zit.’

Woensdagochtend, huisartsenpraktijk: ‘Helaas, de dokter is er pas morgen weer. Maar ik zal vragen of ze u dan terugbelt. Sowieso is het aan de oogarts om te beoordelen of er sprake is van spoed.’

Woensdagochtend, oogkliniek: ‘Nee, het kan echt niet eerder. Dan had uw arts er spoed van moeten maken. Ondertussen is ook de mogelijkheid om over drie weken naar een andere vestiging te gaan verlopen, we hebben nog wel in weer een andere vestiging ruimte, ook over ongeveer drie weken.’ Na een korte, vriendelijke discussie over onder andere de betrouwbaarheid van medische websites (‘Ik ben journalist en snap dat ik niet alles kan geloven wat online staat’) besluit de assistente toch even een oogarts te raadplegen. ‘Ik bel u zo terug.’

Even later: ‘U kunt straks om 11.00 bij ons terecht, maar dan wel in Amersfoort’. Mooi, en nog redelijk dichtbij ook, klein uurtje fietsen. De auto is geen optie, vanwege de oogdruppels die zullen worden gebruikt en waardoor je een paar uur lang wat wazig gaat zien.

De oogarts brengt het verlossende woord. Beide ogen zien er goed uit, niets om mij zorgen over te maken. Iets met oogvocht. ‘Maar…’, zo voegt hij eraan toe, ‘als de vertroebeling erger wordt en u plotseling toch weer lichtflitsen ziet of een donkere vlek, dan moet u zich direct melden.’ En op mijn vraag of je bij mouches volantes nu wel of niet meteen naar de oogarts moet, is hij duidelijk: ‘Jazeker en wel zo snel mogelijk, dan zou een huisarts u direct moeten doorverwijzen, met spoed.’

Mijn hypochondrische geweten is gesust, met als leerzame ervaring dat de gezondheidszorg in Nederland weliswaar op een hoog peil staat maar dat je als patiënt meer en meer alert moet zijn en soms gewoon op je strepen moet staan. Zou het echt zo zijn dat huisartsen minder weten dan vroeger? Hebben beleidsmakers en verzekeringsmaatschappijen – de fans van de marktwerking – artsen inmiddels zo geconditioneerd dat ze liever risico’s nemen dan patiënten ‘te snel’ richting dure gespecialiseerde zorg door te verwijzen? Ondertussen is een ander feit dat ik mijn eigen risico van €385,- inmiddels wel heb opgesoupeerd en dito mijn vrouw, dus bij elkaar €770,- bovenop dure zorgpremies en nog wat eigen bijdragen voor diverse (para)medische zaken en tandheelkunde. Niet iedereen kan zich dat permitteren en niet iedereen is mondig. Goede gezondheidszorg lijkt meer dan ooit en zeker ook meer dan ten tijde van het verguisde Ziekenfonds een privilege voor de hoogopgeleiden en draagkrachtigen.

Maar dan…

Er blijkt er toch echt meer aan de hand. Daags na mijn eerste bezoek aan de oogkliniek wordt de vertroebeling zo ernstig dat ik met mijn linkeroog niets meer zie. Het is tegen middernacht; mijn vrouw besluit dat ik de huisartsenpost moet bellen voor advies. Daar staat men erop mij ogenblikkelijk in levende lijve te zien, op de dependance in Blaricum, een taxiritje van €20,-. Volgens de vriendelijke huisarts van dienst is er bloed in het oog gekomen, mogelijk een scheur in het netvlies. Hij kan verder niets doen, behalve alvast regelen dat ik de volgende ochtend in de oogkliniek in mijn woonplaats terecht kan. Ik ervaar het bezoek aan de huisartsenpost als vrij zinloos; het spoedconsult in de oogkliniek had ik zelf ook wel gekregen dankzij mijn bezoek aan de kliniek één dag eerder.

In de oogkliniek wordt bevestigd dat er waarschijnlijk sprake is van een netvliescheur. De kliniek zelf kan niets doen – is daar niet op toegerust – ik word met spoed naar het AMC – tegenwoordig UMC Amsterdam – doorverwezen. Aldaar wordt na intensief onderzoek besloten dat ik morgen – zaterdag – naar het VUmC moet ter voorbereiding van een operatie op zondagochtend. Het goede nieuws: alle voorgaande oogoperaties (zes jaar geleden een laserbehandeling tegen bijziendheid bij dr. Rolf Zandbergen en staaroperaties aan beide ogen in achtereenvolgens OMC Zaandam en Zonnestraal Hilversum) zijn ‘zeer netjes gedaan’, aldus de arts. Retinachirurg dr. J. de Hoog zal de operatie verrichten, als ik geluk heb en er geen méér spoed eisende patiënten op het laatste moment zullen voordringen. Ik ben blij dat het geen Oud & Nieuw is.

De Hoog stelt na verwijdering van het bloed een flink aantal scheurtjes vast, die met laser worden dichtgeschroeid. Een zo goed als pijnloze maar wat mij betreft behoorlijk zenuwslopende operatie. ‘De operatie was zeer nodig’, concludeert De Hoog na afloop. Ik had zelf nog even getwijfeld – uit angst vooral – nadat zaterdag de mist een héél klein beetje was opgetrokken.

Uit de gevarenzone ben ik nog niet. Morgen, maandagochtend voor controle naar het VUmC en dan een paar weken herstel voordat ik – als er geen complicaties optreden – weer normaal kan zien. Mijn bewondering voor dr. De Hoog is al alvast enorm.

Geef het door