Zij kwamen voor elkaar op

Op 19 februari 1941 viel de Duitse bezetter ijssalon Koco in de Van Woustraat binnen. Deze gebeurtenis was het excuus voor de razzia’s en vormde de opmaat tot de Februaristaking van 25 februari 1941. Voormalig trambestuurder Buising speelde daarbij een heldhaftige rol. Voor MUG Magazine schreef ik onderstaand artikel over de ijssalon, na wat speurwerk bij het Internationaal Instituut voor Sociale Geschiedenis (IISG). Daar bevindt zich ook de brief onderaan dit artikel over ‘de eerste verzetskrant van Nederland’, die onder de naam Tribune in Hilversum verscheen.

Aanleiding Februaristaking

Amsterdam herdenkt jaarlijks de Februaristaking van 1941 als symbool van het verzet tegen de bezetting door Nazi-Duitsland en de jodenvervolging in Nederland. Minder bekend is dat de overval op ijssalon Koco in de Van Woustraat het startsein vormde tot die jodenvervolging en de Februaristaking. Mede-eigenaar Ernst Cahn was ook de eerste verzetsstrijder die in bezet Nederland werd geëxecuteerd, op 3 maart 1941 op de Waalsdorpervlakte.

IJssalon Koco was populair onder Amsterdammers en werd als Joodse zaak al snel mikpunt voor racistische, antisemitische, nazigezinde oproerkraaiers. In de officiële geschiedschrijving wordt steevast gesteld dat de eigenaren Kohn en Cahn, beiden van Duitse afkomst, van hun etablissement een uitvalsbasis voor Joodse knokploegen hadden gemaakt. Ooggetuige en toenmalig buurman J.G. Buising geeft in een nagelaten brief een genuanceerdere lezing: ‘Deze ijssalon, welke toebehoorde aan een Duitschen Jood Kohn en zijn chef of compagnon Cahn, eveneens een Duitser, werden door het NSB-gespuis steeds lastiggevallen. Doch Kohn was een flinke kerel en had een ploeg jonge mannen georganiseerd, om bij eventuele overvallen deze cultuurbrengers eruit te knuppelen.’ 

Jodenprogroms

Kohn had nog een troef achter de hand: een fles met ammoniakgas, dat hij ter verdediging op naziknokploegen kon richten. Buising schrijft: ‘Hij had (..) op de toonbank bij het binnenkomen een apparaat gemaakt wat dienstig was voor de ijsfabricage, gevuld met ammoniak. Dit apparaat liet hij bij een eventuele overval van NSBers draaien, waardoor dan ammoniak in het ronde werd verspreid, in de hoop het voorlopig hiermee te kunnen winnen en daarna zijn helpers in werking te stellen en ze op een niet al te zachte manier aan hun verstand te brengen dat zij met hun jodenpogroms niet getapt waren.’

Koco was niet het enige doelwit. Onder bescherming van de Duitse bezetter, voerden Nederlandse Nazi’s (NSB’ers) om de haverklap straatgevechten, vaak met communisten (CPN’ers). Ook Joodse Amsterdammers werden continu lastiggevallen.

Op 19 februari 1941 deed de Duitse poli­tie, de Grüne Polizei, een inval in de ijssalon. Een paar dagen eerder waren er al ruiten ingegooid. De gepensioneerde trambestuurder Buising, die om de hoek van de ijssalon woonde, hielp Ernst Cahn, Alfred Kohn en hun personeel, via zijn aangrenzende achtertuin ontvluchten. Helaas lukte die actie ten dele. Beide mannen werden alsnog opgepakt. Cahn werd al snel vermoord, Kohn kwam om in Auschwitz.

Stok om mee te slaan

Buising deed eind 1945 verslag van zijn reddingsactie in een brief, die bewaard wordt in het CPN-archief dat zich in het Internationaal Instituut voor Sociale Geschiedenis bevindt. Hij schrijft over de gebeurtenissen op 19 februari 1941: ‘Op dien bewuste avond werd deze actie door de moffen op touw gezet en grootscheeps uitgevoerd. Er waren politieagenten bij, eenige overvalwagens met schijnwerpers, kortom het was voor ons NED. nog vreemd deze grootscheepse actie, waarvan wij later zooveel van hebben medegemaakt en gezien. Daarna verschenen in de stad grote billetten dat een vreedzame Duitse patrouille door de Joden was aangevallen, en dat vooral in Zuid het optreden voorgoed een eind zou nemen, dat dit gedoe alleen maar het bewijs was hoe of er werd opgetreden door de joden. Onnodig te zeggen dat dit in strijd met de waarheid was, doch de stok om de hond te slaan.’

Buising was tijdens de inval gepensioneerd en werkte om rond te komen als depothouder van een schoenreparatiebedrijf in de Pieter Aertszstraat, om de hoek bij Koco. Hij bleef ondanks zijn arrestatie na de inval actief in het verzet en haalde onder meer geld op ten behoeve van het trampersoneel dat gehoor had gegeven aan de Februaristaking. Ook was Buising betrokken bij de distributie van de communistische verzetskrant De Waarheid.

Arbeiders van toen lieten zich niet uitspelen

Zoals Buising beschrijft, werd de overval op Koco door de Nazi’s aangegrepen om Joden te vervolgen en uiteindelijk naar de gaskamers te deporteren. Op 22 en 23 ­februari, kort na de inval bij Koco, waren de eerste grote razzia’s in de stad. Deze vormden de directe aanleiding tot de Februari­staking, die overigens een veel langere aanloop had. Vooral communisten – onder wie veel Joodse arbeiders en intellectuelen – roerden zich al geruime tijd tegen Nazi’s en hun collaborateurs. Eigenlijk kwam het protest tegen de jodenvervolging pas goed op gang na de overval op Koco en de razzia’s; voor die tijd – al vóór de bezetting – richtte het protest zich vooral tegen kapitalistische uitbuiting én tegen Hitler, en was vooral een klassenstrijd. Arbeiders van toen lieten zich door de Nazi’s niet uitspelen tegen minderheden.

Verzetskranten: ‘de eerste verscheen in Hilversum’

Bij het verzet horen onlosmakelijk de illegale bladen die tijdens de bezetting verschenen. Het bekendst zijn Vrij Nederland, Het Parool en De Waarheid. Het laatste blad verscheen onder verschillende namen, als partijorgaan van lokale afdeling van de Communistische Partij Nederland (CPN): De Vonk, het Noorderlicht en De Tribune… niet te verwarren met het latere huisorgaan van de SP. De eerste communistische Tribune verscheen tussen 1909 en 1937 als uitgave van de Sociaal-Democratische Partij (SDP), een afsplitsing van de SDAP (latere PvdA). De SDP werd omgedoopt tot CPN.

In het CPN-archief in het IISG bevindt zich een briefje van een Hilversumse CPN’er, die de oprichting meldt van – volgens de schrijver – de eerste verzetskrant van Nederland in zijn woonplaats: ‘In juli gaven we de eerste illegale krant uit onder de naam Tribune. Dit was het eerste illegale blad in het gehele land. De eerste oplaag bedroeg 200 ex. en verscheen om de 14 dagen. Zy breidde zich regelmatig uit en liep snel op tot 500 ex.’

Bevestiging van dit feit is lastig te vinden. De Ondergrondse Pers (Winkel en De Vries 1989) meldt wel onder lemma 816: De TRIBUNE, Hilversum. nov.(?) ’40-(?) ’43. twee-wkl. stenc. opinie-art., ber. binnenl., ber. buitenl. Dit blad werd door Jacob Corper in samenwerking met Alfred Sauer en Nico Hoogenboom vervaardigd. Nadat de CPN in juni ’42 ophield Corper financieel te ondersteunen, verdween De TRIBUNE om in augustus ’42 onder leiding van Sauer en Theo Froom als De WAARHElD terug te keren. Winkel en De Vries schrijven op p. 312: ‘Volgens niet te verifiëren verklaringen zouden voor die tijd ook: reeds publikaties zijn verzorgd door individuele leden of groepen der CPN.’ Dat zou dus genoemde juli-editie van De Tribune kunnen zijn. Winkel en De Vries noemen ook nog De Ster van de Hilversumse scholier W.N. Freni, dat als ‘maandblaadje’ al voor de oorlog werd uitgegeven en ook in de eerste maanden na de capitulatie verscheen.

 

Foto boven dit artikel: Bezorgde mensen voor Koco (bron: Verzetsmuseum); de brief hier direct boven komt uit het CPN-archief dat zich in het IISG bevindt.
Geef het door