Gun arbeidsgehandicapte ook zekerheid

Mensen met een arbeidshandicap hebben recht op een volwaardig salaris en goede arbeidsvoorwaarden. Dat vind ik. Hoe belangrijk dat is, heb ik van dichtbij meegemaakt. Mijn zwager werkte bij een sociale werkplaats van Tomin. Hij was verstandelijk en lichamelijk gehandicapt en deed werk waar hij niet altijd plezier aan beleefde, maar hij werkte… en kon dankzij zijn inkomen toch een menswaardig bestaan leiden. Verder korten op het salaris van arbeidsgehandicapten, tot zelfs werken op bijstandsniveau zoals het kabinet voorstaat, is inhumaan.

Marcel had een aangeboren beperking. Daardoor functioneerde hij op het niveau van een 14-jarige. Maar dankzij een warme familie, uitstekende begeleiding in Hilversum (en later Bussum) en een redelijk inkomen wist hij een menswaardig en vrij zorgeloos bestaan op te bouwen. Hij woonde de laatste jaren zelfstandig, deed zelf zijn boodschappen, ging soms uit, kon met het openbaar vervoer op familiebezoek en ging ieder jaar met begeleiding op vakantie. Marcel had, ondanks zijn handicap, een goed leven. Helaas is hij jong gestorven, als gevolg van zijn handicap.

Sociale werkplaatsen worden afgebouwd. Er stromen geen nieuwe mensen meer in, in elk geval niet met de SW-regeling waar Marcel nog gebruik van kon maken. Alleen wie op 31 december 2014 een vast contract had, behoudt zijn werkplek. De Wet Sociale Werkvoorziening (WSW) blijft sowieso bestaan tot de laatste WSW’er met pensioen gaat, zo heeft het vorige kabinet althans beloofd. Mensen die na 2014 een WSW-indicatie hebben gekregen komen niet meer in de sociale werkvoorziening.

Van loon naar een leven lang bijstand

Hoe moet dat dan met mensen met te grote afstand tot de ‘gewone’ arbeidsmarkt? Arbeidsgehandicapten, in elk jonggehandicapten (Wajongers), vallen tegenwoordig onder de Participatiewet. Zij worden geacht zoveel mogelijk naar reguliere werkplekken te gaan. Bedrijven hebben daarvoor allerlei gunstige voorwaarden gekregen, zoals loonkostensubsidie. Vindt de werkgever dat iemand minder dan het minimumloon verdient, dan kan hij subsidie krijgen om het salaris aan te vullen tot het minimumloon. Een iets rianter inkomen, zoals mijn zwager Marcel genoot, zit er voor deze groep dus nooit meer in: met een beetje pech geen vakanties, niet uitgaan, geen extra’s.

Nog slechter af zijn Wajongers die geen gesubsidieerde plek kunnen krijgen, bijvoorbeeld omdat zij (nog) niet goed genoeg functioneren of omdat er domweg geen (gesubsidieerd) werk voor ze is. Om het voor werkgevers toch aantrekkelijk te maken deze gehandicapten aan te nemen, is de loondispensatie bedacht. UWV of de gemeente vult het loon van de Wajonger dan aan tot de uitkering. Dat komt dus neer op werken voor noppes en op een leven lang armoede, als het niet geweldig meezit.

De SW’s staan weer volop in het nieuws, dankzij de kwestie William Moorlag. Dit PvdA-Kamerlid runde SW-bedrijf Alescon in Drenthe en was medeverantwoordelijk voor een constructie om ondanks de bezuinigingen op de SW toch zoveel mogelijk arbeidsbeperkten in dienst te nemen. Dat kon dankzij detachering, met als consequentie dat deze mensen minder verdienden en minder rechten hadden dan hun collega’s op de werkvloer die nog onder de oude SW-regeling vielen. Dat kon niet, vond vakbond FNV, na de constructie in eerste instantie te hebben goedgekeurd. FNV stapte naar de rechter en de rest is gelukkig alweer geschiedenis: Moorlag mag toch als PvdA-Kamerlid aanblijven. Terecht, want Moorlag werkte slechts mee aan een systeem dat hem door de landelijke politiek was opgedrongen (zie de reconstructie door Gijs Herderscheê in de Volkskrant) en waarin de laatste jaren gemeenten het verschil kunnen maken.

Gemeente nu ook verantwoordelijk voor arbeidsgehandicapte

De SW-bedrijven ondertussen zijn geenszins uit beeld. Ze bieden nog steeds werk aan SW’ers die nog onder de oude regeling vallen. De nieuwkomers doen in principe hetzelfde werk maar tegen minder loon, of zonder loon als ze onder de loondispensatie vallen.  Een groot aantal SW-bedrijven heeft inmiddels één of meer taken in de uitvoering van de Participatiewet gekregen, vaak nauw verbonden met de sociale dienst. Gemeenten zijn op die manier medeverantwoordelijk voor de tewerkstelling van arbeidsgehandicapten. Zij maken daarin hun eigen keuzes.

Overigens kunnen gemeenten ook met andere organisaties en bedrijven in zee gaan voor het plaatsen van mensen met een lichamelijke of psychische beperking. Voor mijn blad MUG Magazine interviewde ik in december 2017 Arno Kooy, directeur van de Amsterdamse brouwerij De Prael. Als sociaal ondernemer biedt hij – naast ongeveer 20 ‘gewone’ werknemers – werk aan zo’n 145 mensen die onder een of andere regeling vallen, van loonsubsidie tot werken met behoud van uitkering met een onkostenvergoeding van €5,- per dagdeel. Dat zijn de mensen met de grootste afstand tot de arbeidsmarkt, soms tijdelijk. Arno Kooy gaf als voorbeeld een jonge moeder met een laag IQ, die ‘simpelweg nog niet weet wat ze met haar leven aan moet’. Dankzij De Prael krijgt zij haar leven mogelijk weer op de rit en kan ze over enige tijd een betaalde baan aan.

Wie zijn eigenlijk die arbeidsgehandicapten of ‘mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt’? De groep is nogal gevarieerd, van mensen met een zichtbare handicap – al dan niet aangeboren – tot een onzichtbare, vaak (sociaal-)psychische beperking (al dan niet aangeboren). Voor een deel geldt dat ze in het hier en nu arbeidsbeperkt zijn maar in een andere tijd, in een andere economie wellicht niet. Neem de koffiejuffrouw, die vrijwel volledig is vervangen door koffiemachines. Of de autistische boekhouder die prima functioneert zolang hij controle houdt en niet wordt overvraagd.

Overigens wordt niet iedere arbeidsgehandicapte ook als zodanig erkend. In de kaartenbakken van sociale diensten zitten nogal wat mensen die door tal van omstandigheden matig tot volledig ongeschikt zijn voor een reguliere baan, en voor wie werkgevers dan ook geen enkele interesse hebben. Zo sprak ik Hilversummer Henk, een 50-plusser met een vervelende stofwisselingsziekte, een slechte rug en vakkennis in de elektronica die tien jaar geleden nog wat voorstelde maar inmiddels zwaar is achterhaald. Hij solliciteert zich suf, omdat de sociale dienst dat van hem verlangt. Maar let’s face it… de man is kansloos. Onlangs draaide hij proef in een winkel en hield het daar nog geen dag vol vanwege zijn slechte rug. Na bijna een leven lang werken, wacht hem een armzalig bestaan in de bijstand, zonder perspectief… tenzij hij echte steun krijgt en de energie die hij nu kwijt is aan zinloos solliciteren aan een activiteit kan besteden die hem wel iets oplevert.

Menig arbeidsgehandicapte past in het plaatje dat Marcel van Dam en filmmaker Hans Heijnen schetsten in hun documentaire De Onrendabelen: eigenlijk mankeert hen niet zoveel, het is vooral de maatschappij die mensen afschrijft. Toine Heijmans schreef naar aanleiding van de kwestie Moorlag over de SW-werkers een mooi stuk in de Volkskrant, waarin hij ene Johnny citeert: ‘Dit is de onderkant, je kunt niet lager. Lager is thuiszitten voor de geraniums. Nu ben ik nog iemand. Thuis in je eentje ben je niks meer.’

Zeker zijn van inkomen

Begrijp mij niet verkeerd, voor menig gehandicapte die op de reguliere arbeidsmarkt niet terecht kan, is een werkplek als De Prael perfect. Je ontmoet mensen, krijgt waardering voor wat je doet, er is begeleiding en vaak de mogelijkheid tot scholing. Dat geldt ook voor de reguliere sociale werkvoorziening. En wat nogal eens wordt vergeten, is dat menig arbeidsgehandicapte ondanks en soms zelfs ‘dankzij’ zijn of haar beperkingen een waardevolle werknemer kan zijn, met meer dan genoeg ‘loonwaarde’. Brouwerij annex café De Prael, met vestigingen op de Amsterdamse Wallen en in de Houthavens, is een goed lopend bedrijf, dat op het punt staat zijn vleugels naar de rest van Nederland uit te slaan.

Gemeenten dienen alles op alles te zetten om mensen die lange tijd – of een leven lang – van regelingen als de SW en de Participatiewet afhankelijk zijn bescherming, waardering, kansen en zekerheid te garanderen. Daar hoort bij dat deze groep niet veroordeeld wordt tot levenslange, ziekmakende armoede. In de SW en op sociale of reguliere werkplekken moet een fatsoenlijke beloning van tenminste het minimumloon de norm zijn, in plaats van moderne slavernij in de vorm van werk tegen ten hoogste behoud van bijstand of Wajong. Een uitkering als zekere basis, met daar bovenop een de mogelijkheid om belastingvrij, zonder consequenties voor toeslagen/uitkeringen/minima-voorzieningen bij te verdienen en zonder bureaucratische rompslomp kan ook een optie zijn. Daarmee wordt de uitkering een vorm van basisinkomen, van bestaanszekerheid.

Volgens Toine Heijmans weten ze bij Alescon wie hen in de steek heeft gelaten: de PvdA, die al in het kabinet Balkenende IV meehielp aan het optuigen van de Participatiewet (Wet Werken naar Vermogen) en die in het kabinet Rutte-Asscher meehielp de Participatiewet in te voeren – in beide kabinetten was Jetta Klijnsma staatssecretaris. Dat Klijnsma zoveel mogelijk de schade heeft getracht te beperken, is blijkbaar minder zichtbaar geweest. Want voor alle duidelijkheid, niet de PvdA en niet William Moorlag hebben de mensen van Alescon laten stikken maar CDA en VVD. Laat het nu de PvdA zijn, die compromisloos weer opkomt voor mensen die de hedendaagse ratrace niet aankunnen, zoals Henk uit Hilversum en ‘erkende’ arbeidsgehandicapten als Marcel. Om te beginnen in gemeenten waar de PvdA nog iets te zeggen heeft en na 21 maart hopelijk nog meer.

Foto: Erik Veld/MUG Magazine

 

 

Geef het door

Be the first to comment on "Gun arbeidsgehandicapte ook zekerheid"

Leave a comment

Your email address will not be published.


*