Een vroeg interview met Eberhard van der Laan

EberhardVDLaanBertZijlma

HILVERSUM – Burgemeester Eberhard van der Laan is niet meer. Heel Nederland lijkt in rouw, op een enkele cynicus na die het ‘sowieso niet zo op dat grachtengordel-publiek heeft en al helemaal niet op de PvdA’. Maar het bijzondere aan Van der Laan was nu juist dat hij niet van de grachtengordel was, hij was van alle Amsterdammers. En hij stond voor een Amsterdam dat onder zijn hoede ook echt de hoofdstad, de gastvrije huiskamer van Nederland durfde te zijn, zonder enig dedain jegens de provincie of jegens wie dan ook. En ja, Van der Laan was een sociaal-democraat in hart en nieren, een echte PvdA’er maar zeker geen apparatsjik.

Ondergetekende hoort niet tot de intimi, die Eberhard van der Laan goed hebben gekend, zich zijn vriend mochten noemen. Maar ik heb hem in 1990 mogen interviewen, als toen nog jeugdig gemeenteraadslid, in wie toen nog niemand een wijze toekomstige burgervader zou zien. Dat interview was een bijzondere ervaring, die ik met de lezers van dit blog graag wil delen, ook als waardering voor Eberhard. Want ook al woon ik alweer ruim een jaar in Hilversum, Eberhard van der Laan voelt nog altijd ook een beetje als ‘mijn’ burgemeester.

Op de website van MUG Magazine en deels ook in het oktober-nummer van dit blad haalde ik de herinnering aan dat interview als volgt boven:

Ondergetekende had de grote eer Eberhard van der Laan lang geleden te mogen interviewen, op een voor die tijd niet ongebruikelijke plek: aan de bar van café Gebed zonder End, het huidige Zeppos. Dat moet in 1989 zijn geweest; Van der Laan maakte zijn opwachting als veelbelovend politicus. Hij stelde zich verkiesbaar voor de gemeenteraad. Raadslid werd hij in 1990. En voor een tweede termijn, als fractievoorzitter, van 1994 tot 1998. Helaas is het interview niet meer in mijn bezit; maar de herinnering aan die eerste ontmoeting zal niet snel vervagen. Van der Laan is maar een jaar ouder dan ondergetekende. En hoewel ik mij zeker in die periode een stuk linkser achtte dan deze PvdA’er in zijn jasje en rode sjaal – een corpsbal in mijn ogen – was er direct sympathie. Hier zat een generatiegenoot die de stad begreep, die oprecht van Amsterdam en zijn inwoners hield. Anders dan wat menig leeftijdsgenoot in het punk- en kraaktijdperk kenmerkte, was Eberhard vriendelijk, oprecht geïnteresseerd, tolerant in de louter positieve betekenis van het woord en allesbehalve een linkse zeikerd. Hier zat een politicus op wie ik zou kunnen stemmen, dacht ik… maar dat noteerde ik waarschijnlijk niet, als de ‘objectieve’ verslaggever die ik nu eenmaal geacht werd te zijn. Wat er precies werd gezegd, weet ik niet meer. Maar wat mij betrof, was er een klik. Het interview was voor dagblad De Waarheid, de ooit communistische partijkrant, waar enkele gestaalde partijkaders zich in de nadagen van de krant lieten gelden. Het zou kunnen dat ik het artikel niet meer bezit omdat het nooit is gepubliceerd, omdat ik wellicht te positief schreef over de PvdA’er Van der Laan. Aan de foto kan het niet hebben gelegen; die was onflatteus genoeg. Fotograaf Bert Zijlma plaatste hem in het herentoilet, vanwege het licht. Of Zijlma dat opzettelijk deed, weet ik niet. Misschien had hij een nog grotere kater dan onze latere burgemeester, misschien zag hij toen al de krachtige kwetsbaarheid van Van der Laan maar feit is dat die arme Eberhard er op de foto verschrikkelijk uit zag, met dat toen al doorleefde hoofd. Wel vriendelijk lachend, innemend en vastberaden, zoals decennia jaren later héél Amsterdam hem zou leren kennen, ook de stadgenoten die niks van de politiek en al helemaal niets van de PvdA moeten hebben. Voor mij zal die Eberhard, ook mijn burgemeester, zijn belangrijkste taak nooit kunnen opgeven, namelijk het belichamen van de liefde voor ons sociale, democratische Amsterdam.

Inmiddels is het artikel boven water, met dank aan Nederlands Dagblad-redacteur Willem Bouwman, die uit mijn artikel van destijds citeerde en mij op mijn verzoek een link naar Delpher, het online krantenarchief, stuurde. Het interview is dus wel degelijk gepubliceerd, paginagroot nog wel. Het stond op 14 april 1990 in De Waarheid, en niet ergens in 1989 zoals ik op MUGweb schreef.

Het geheugen is niet altijd volledig te vertrouwen, of ik was als verslaggever enigszins selectief in de weergave van wat ik toen zag en ervoer. In het artikel beschrijf ik Eberhard als ‘een qua uiterlijk overduidelijke vertegenwoordiger van de Amsterdamse grachtengordel, vlot en goed gekleed en bovenal succes uitstralend’. Op de grofkorrelige foto boven het artikel afgaand, lijkt dat te kloppen. Maar in mijn herinnering zag Eberhard van der Laan er eerder enigszins sjofel uit, wel met jasje-dasje maar dan als corpsbal die de avond tevoren flink had doorgezakt. De rode sjaal, waar ik in mijn herinneringen gewag van maak, ontbreekt op de zwartwit-foto van Bert Zijlma maar dat kan zijn omdat Eberhard die op de barkruk had laten liggen.

Dat de foto in het herentoilet is gemaakt, is duidelijk te zien. Naar Bert Zijlma’s journalistiek-artistieke intenties blijft het gissen; ik hou het graag op een herkenning en het inzicht dat hier een openhartige, op een bepaalde manier kwetsbare man stond. Feit is overigens wel dat sommige leden van de redactie – het hardcore communistische deel – uiterst kritisch op het interview waren, dat naar hun smaak een te positief beeld schetste van deze PvdA-voorman.

Het mooiste blijft toch Eberhard van der Laan, kersvers PvdA-gemeenteraadslid (nog geen fractievoorzitter), had te zeggen. Een greep uit zijn opmerkingen, die zonder uitzondering ook voor ondergetekende, ook als later deelraadslid in Amsterdam-Centrum, een inspiratie zijn geweest:

‘Ik wil geen professioneel politicus zijn… en daar bedoel ik mee dat je politiek moet bedrijven uit bevlogenheid, omdat je jezelf opwindt over bepaalde zaken.’

‘Ik ben geen prof. dr. ir. Akkermans, dat typetje van Van Kooten en De Bie dat steeds zo nodig moet.’

Over de PvdA, die ook toen een gevoelig verlies te incasseren had: ‘Het gaat om de manier waarop men dacht dat de partij over groepen heenliep. Maar ik geef ook toe dat het beleid met de beste bedoelingen te arrogant is geweest. We zijn wat te slordig geweest in het uitleggen… Daar heeft de partij dan ook flink voor op zijn donder gehad van de kiezers.’

‘Overigens vind ik dat onze houding jegens asielzoekers en migranten wel ter discussie moet staan. Tegenover gastvrijheid mag je bepaalde eisen stellen. Misschien hebben we vooral in progressieve kringen sommige groepen weleens doodgeknuffeld… Positieve discriminatie kan ook discriminerend werken. En dan niet alleen ten aanzien van de groep die je met de beste bedoelingen en volkomen terecht in bescherming wil nemen, maar ook ten aanzien van de anderen. Als je buitenlandse vrouwen een rijksdaalder rekent voor een naaicursus waar Nederlandse vrouwen vijfentwintig gulden voor moeten neertellen, ben je denk ik niet goed bezig. Die Nederlandse vrouwen hebben het ook niet breed. Dat soort situaties werkt discriminerend. En ik betwijfel of je de migranten er een plezier mee doet. Wat ik zeg is niet overal geaccepteerd en leidt gemakkelijk tot misverstanden. Ik vind dus wel dat Nederland gastvrij moet blijven, maar we moeten tegelijkertijd durven toegeven dat het ons stukje land is… Ja dat mag je citeren.’

Twee decennia na dit interview – ik werkte in de jaren negentig als onderzoeker en mediavoorlichter voor het Anti Discriminatie Overleg in Utrecht en volgde de Amsterdamse gemeentepolitiek spaarzaam – kwam ik Van der Laan weer eens tegen, nu in zijn hoedanigheid van redelijk vers burgemeester. Dat was voor de deur van Desmet aan de Plantage Middenlaan. Binnen werd het jubileum van de straatkrant Z! gevierd. Wij stonden samen buiten te roken – het zal niet! Van der Laan kon zich het interview nog goed herinneren maar hij wist niet of hij het nog in zijn bezit had. Ik beloofde het in mijn archief op te duikelen. Veel drukte en twee verhuizingen later had ik het nog steeds niet gevonden en ging er zelfs aan twijfelen of het überhaupt ooit de krant had gehaald. Nu is het te laat – zeg ik zonder drama, want volgens mij gaf Eberhard niet zoveel om dit soort trivia. Maar ik herplaats het interview graag nog eens online, als eerbetoon aan burgemeester Eberhart van der Laan (1955-2017).

Het hele interview staat onder dit artikel als afbeelding en is na te lezen op Delpher.

De foto boven dit artikel is van Bert Zijlma, eerder gepubliceerd in 1989 in De Waarheid.

VDLaanDeWaarheid

Be the first to comment on "Een vroeg interview met Eberhard van der Laan"

Leave a comment

Your email address will not be published.

*