Wil Hilversum echt méér autoverkeer in het centrum?

Raadhuis (W.M. Dudok, 1931)

HILVERSUM – Mijn nieuwe woonplaats is bekend als mediastad en natuurlijk vanwege zijn natuur en prachtige Dudok-gebouwen. Het beroemdste, het stadhuis, mocht ik al een paar keer van binnen bekijken. Geen straf om daar begin oktober weer eens binnen te stappen, nu voor een informatieavond over de verkeerssituatie rondom het station. Een belevenis, ook vanwege de inhoud.

De avond begon al spannend: wordt het een dubbelloops tunnel onder het stationsplein door of onder de Stationsstraat, een viaduct wellicht? Zo ver komt het waarschijnlijk niet. Eén ding lijkt wel vast te staan, de straat voor het station – luisterend naar de nostalgisch Gooise naam Schapenkamp – wordt tweerichtingsverkeer. En dat moet worden gerijmd met de ambitie om van het stationsplein een aantrekkelijke entree naar het dorpshart te maken. Omwonenden houden hun hart vast.

Wie Hilversum een beetje kent, weet dat het verkeer in de mediastad een kwestie is. Hilversum is een bijzonder bedrijvige stad – met dus veel forenzen- en zakenverkeer – met ook nog eens een bescheiden maar ambitieus centrum dat de wijde omtrek lokt met ketens als Primark, C&A, Zara, Esprit enzovoort. Om dat winkelend publiek ter wille te zijn wedt de gemeente op één paard, of liever één koe… de heilige koe. Die moet blijkbaar alle ruimte krijgen, tot diep in het stadshart aan toe.

De heilige koe bij de horens pakken

Zo telt het qua omvang bescheiden dorpshart – in dit verband toch een betere term dan stadshart – ongekend veel parkeergarages. De automobilist hoeft slechts enkele meters te lopen om pakweg de Primark in het Hilvertshof, een van de oudste overdekte winkelcentra van Nederland, te bereiken. Zijn auto staat keurig op het dak van dat winkelcentrum, met uitzicht op de grotendeels gesloopte dorpskern. En mocht deze garage onverhoopt vol zijn, dan zijn er binnen een straal van een paar honderd meter nog de P-garages Gooische Brink, Gooiland, Markt, City Parking en Switchpark Stationsplein.

Misschien was het iets teveel gevraagd om die parkeergarages bij de presentatie te betrekken maar tijdens de informatieavond bekroop mij toch het gevoel dat men de koe niet echt bij de horens vat. De vraag lijkt niet: ‘Hoe maken we het centrum aantrekkelijker én beter bereikbaar, met minder stank, ruimtebeslag en lawaai van auto’s?’, maar: ‘Hoe loodsen we zoveel mogelijk auto’s zo snel mogelijk door het centrum?’. Je zou denken, dat laatste moet je als milieubewuste gemeente anno 2017 helemaal niet willen.

Hoezo stedenbouwkundige visie?

De informatieavond stond aangekondigd als Presentatie stedenbouwkundig plan Stationsgebied. Met veel creativiteit werden opties gepresenteerd voor knelpunten als: de barrière Schapenkamp voor wie vanuit het station naar het centrum wil wandelen, hoe te dealen met de drukte in de Stationsstraat, c.q. de oversteek die deze route maakt over de drukke Groest/Marktplein, wel of geen tweerichtingsverkeer door de Koninginneweg en wat te doen met de kleine spoorbomen.

De meest wilde ideeën werden toegelicht, met als conclusie dat tunnels (met zelfs een variant onder de Stationsstraat/Groest-Marktplein door) niet echt de oplossing zijn want zo’n tunnelbak is enorm, om over een verhoogde weg – zoals je ze in de ruigere buurt van Amerikaanse steden ziet – nog maar te zwijgen. Dat is stedenbouw uit de tijd van Fritz Lang’s Metropolis. Mij dunkt dat cityvorming al genoeg kapot heeft gemaakt in de Hilversumse binnenstad.

De avond ging naar mijn smaak sowieso nauwelijks over een echt stedenbouwkundige plan – op een vluchtige visie op het Oosterspoorplein (achterzijde station) na – maar over verkeerscirculatie… en nee, dat is niet hetzelfde. Een stedenbouwkundig plan kijkt niet alleen naar routes maar ook naar de bebouwde omgeving, het type gebouwen (inclusief P-garages), hun functies en de effecten daarvan op de stad of tenminste het betreffende deel. Ook zaken als waterberging, (sociale) veiligheid, milieu- en geluidseffecten horen in zo’n plan thuis.

Een stedenbouwkundig plan voor een stadshart zal ook met een veel ruimer gebied rekening moeten houden dan alleen het plangebied. Om maar iets te noemen: wanneer een plan voorziet in uitbreiding van het winkelarsenaal, wat betekent dat dan voor winkelgebieden buiten het centrum, voor de bereikbaarheid en de verkeerstoename op de aanvoerroutes, de luchtkwaliteit? En als groeiende bezoekersaantallen het beoogde effect zijn van het plan, hoe moeten die bezoekers dat centrum dan bereiken?

Verkeerscirculatie, bereikbaarheid en parkeren zijn dus onderdeel van een stedenbouwkundig plan. Waar mogen de voetgangers zich veilig voelen, waar is het goed toeven, waar steek je veilig over, hoe kom er je per fiets (en waar laat je die fiets) of openbaar vervoer en – inderdaad, ook – per scooter, motor, auto. Voor alle duidelijkheid, ik ben allesbehalve een autohater maar vind wel dat je in een dichtbebouwd stads- of dorpshart prioriteiten moet stellen, en die kunnen anno 2017 niet bij gemotoriseerd verkeer liggen. Hilversum wordt al voldoende geplaagd door files, onveilige verkeerssituaties en luchtvervuiling.

Zulke afwegingen zijn ongetwijfeld gemaakt bij het opstellen van het Stedenbouwkundig plan Stationsgebied, maar in de presentatie bleek daar weinig van. Het leek toch vooral kiezen uit een paar doorstromingsvarianten voor het autoverkeer, plus inderdaad nog wat ideeën over de fietsenstalling onder het station en de functie/inrichting van het Oosterspoorplein.

Nou, doe dan ook maar niks

De varianten op een tweerichtingsverkeer-autoroute tussen station en winkelgebied lijken maar één doel te hebben: meer auto’s sneller door het centrum loodsen. Dat het met zo’n tweebaans autostrada pal voor het station langs drukker gaat worden, ook in de omgeving (aan- en afvoer Beatrixtunnel), werd als voldongen feit afgedaan. “Het wordt sowieso drukker, ook als we niets doen”, werd van gemeentewege opgemerkt.

“Nou, doe dan ook maar niks”, merkte iemand in de zaal op. Bewoners van onder meer de naast de Beatrixtunnel gelegen woontorens Entrada (waar ook burgemeester Pieter Broertjes woont) maken zich zorgen. Tweerichtingsverkeer betekent méér verkeer, betekent méér lawaai en méér stank. Een bewoner verzuchtte: “Niets doen is misschien de beste optie, in elk geval de goedkoopste.” Hij inspireerde mij tot de gedachte om nog een stapje verder te gaan dan niets doen, namelijk minder doen. Less is more! In dit geval minder (‘less’) parkeergarages.

Minder parkeermogelijkheid pal in het dorpshart betekent minder reden om het stadshart in te rijden; minder doorgaande routes dito. Resultaat: minder autoverkeer = minder files = betere bereikbaarheid voor wie echt in het centrum moet zijn. En mooi meegenomen, dan vormt het Schapenkamp ook geen verkeersbarrière meer tussen het stationsplein en het winkelgebied, zeker niet als de weg deel gaat uitmaken van het plein, als shared space zoals in meer Nederlandse gemeenten van het maatje Hilversum.

En zo herinnerde ik mij tegen eind van deze informatieavond (nee, zeker geen inspraakavond) de eerste opdracht, die het gemeentebestuur zichzelf had gesteld en die aan de zaal werd louter retorisch voorgelegd: ‘Hoe maken we het stationsgebied aantrekkelijker?’ In elk geval niet door meer autoverkeer te lokken.

Er was trouwens ook ‘goed’ nieuws, in elk geval voor bewoners van de Koninginneweg westzijde. Tweerichtingsverkeer in die straat lijkt van de baan. Het idee is nu om het fietspad langs de spoorlijn, tussen station en kleine spoorbomen, tot tweebaans autoroute te transformeren. De Koninginneweg kan dan fietsroute worden. Je zult maar aan de oostzijde van de Koninginneweg wonen… met straks een autoweg in je achtertuin. Hopelijk is er al goed overleg met die bewoners.

 

 

 

Be the first to comment on "Wil Hilversum echt méér autoverkeer in het centrum?"

Leave a comment

Your email address will not be published.

*