Red de huis-aan-huisbladen van De Persgroep

nieuwsbladen

Huis-aan-huisbladen hoeven niet kritisch te berichten, vindt De Persgroep, eigenaar van onder meer de Volkskrant en Het Parool. Daarmee bewijst De Persgroep van de Vlaamse krantenmagnaat Christian van Thillo dat vrije pers niet kan worden overgelaten aan de grillen van grootgrutters. Hopelijk durft de NVJ stelling te nemen tegen het om zeep helpen van lokale nieuwsbladen.

Dat De Persgroep huis-aan-huisbladen geen warm hart toedraagt, is al langer bekend. In België bezit Persgroep-baas Van Thillo slechts enkele ‘advertentieblaadjes’. De eerste actie van Christian van Thillo als destijds kersverse eigenaar van zijn eerste Nederlandse krantentitel – Het Parool – was het in 2003 als de wiedeweerga te koop zetten van Weekmedia, de huis-aan-huisbladen-divisie van de voormalige verzetskrant. Onder de paraplu van Weekmedia verschenen titels als Amsterdams Stadsblad, Amstelveens Weekblad, Diemer Courant, Aalsmeerder Courant, Uithoornse Courant en De Ronde Vener, stuk voor stuk serieuze nieuwsbladen die gemaakt werden door onafhankelijke, professionele journalisten. Weekmedia had zo’n twintig redacteuren op de loonlijst, die samen op het laatst elf goed gelezen edities maakten. Jan Blokker noemde het Amsterdams Stadsblad ‘de NRC onder de huis-aan-huisbladen’.

De krant schreef even makkelijk over ‘buurthelden’, bingo-avonden in het bejaardenhuis, jubilerende winkeliers en de nieuwe trainer van FC Hup met de Geit als over de nieuwe horecanota van de gemeente Amsterdam, bestemmingsplannen, de moord op Theo van Gogh, commissievergaderingen van stadsdelen, rellen op het August Allebeplein, rumoer rond een fundamentalistische moskee, discriminatie van Marokkaanse jongeren in het uitgaansleven enzovoort. Erik van Gruijthuisen, toenmalig hoofdredacteur van Het Parool, zei ooit met enige jaloezie: ‘De journalisten van het Amsterdams Stadsblad zitten echt in de haarvaten van de stad.’ Het zat hem dwars dat hij dat niet van zijn eigen redactie kon zeggen, die op haar beurt (niet alle redacteuren overigens) liefst vooral met dédain over de collega’s van de huis-aan-huisbladen sprak.

Dat laatste was mede debet aan het mislukken van, door de leiding van beide onderdelen van Parool/Weekmedia helaas niet echt gemeende, pogingen om de redacties van Het Parool en Weekmedia samen te voegen. Een dergelijke fusie kwam Het Parool in zijn journalistieke eer te na, nog afgezien van de mogelijke personele gevolgen van het moeten afvloeien van enkele mindere of hoogbejaarde Parool-goden om plaats te maken van de nu eenmaal gemiddeld beter ingevoerde en in de lokale journalistiek duidelijk meer geharde Weekmedianen. Stel je voor! Maar de belangrijkste reden van mislukken was ongetwijfeld dat Christian van Thillo huis-aan-huisbladen niet zag zitten.

Zo werd Weekmedia voor  €1,- verkwanseld aan vastgoedcowboy Erik de Vlieger, die het bedrijf op zijn beurt (via bevriende stromannen van de zogenaamde krantenuitgeverij Argo Press) aan de Telegraaf Media Groep (TMG) verkocht om uiteindelijk door TMG definitief om zeep te laten helpen. Saillant: de OR van Parool/Weekmedia nam ooit het besluit dat titels nooit mochten worden verkocht aan dubieuze vastgoedondernemers en zeker bovenal niet aan aartsvijand De Telegraaf. Het Parool was immers dé voormalige verzetskrant.

Ondertussen dreigt ook het doek te vallen voor De Echo (zie naschrift), het huis-aan-huisblad van TMG (i.c. dochter Holland Media Combinatie) dat met enig gevoel voor sarcasme – in een naar nu blijkt toch wat misplaatste overwinningsroes vanwege het ter ziele gaan van concurrent Weekmedia – de ondertitel ‘Stadsblad’ voert in een afwijkende kopletter die verdacht veel lijkt op die van het voormalige Amsterdams Stadsblad. TMG heeft al zijn huis-aan-huisbladen inmiddels aan BDU Media verkocht, met uitzondering van De Echo. Stukken van De Echo zullen straks, naar het schijnt, in de gratis krant Metro (TMG) worden geplaatst, wat mij een gotspe lijkt aangezien De Echo vooral dat is wat Erik van Gruijthuisen altijd al graag wilde: een sufferdje met wat bij elkaar geraapte kopij om de ruimte tussen de advertenties op te vullen.

Broodnijd

Het stak Erik van Gruijthuisen als hoofdredacteur van Het Parool dat Weekmedia soms beter was dan zijn eigen lokale krant, met zijn goedbetaalde redacteuren. Nee, dan De Echo, die deed het een stuk beter. ‘Daar zitten ze redactioneel minder hoog te paard en dat wordt door de adverteerders gewaardeerd, kennelijk’, schrijft Trouw-redacteur Wilfried van der Bles met enige aarzeling in november 2002 op grond van een gesprek met Erik van Gruijthuijsen over een mogelijke redactionele fusie tussen Weekmedia en Het Parool. De geschiedenis heeft hem geen gelijk gegeven.

Van der Bles – zonder twijfel gevoed door Van Gruijthuisen – schrijft ook: ‘Omdat het Amsterdams Stadsblad zo goed is, is het een regelrechte concurrent van Het Parool.’ Een mijns inziens nimmer onderbouwde stelling maar wel een gedachte of liever misvatting die serieus leefde onder dagbladuitgevers. Liever de gratis huis-aan-huisbladen de schuld geven van hun slechte presteren dan de hand in eigen boezem. Parool/Weekmedia was in feite al één uitgeverij, tot frustratie van Weekmedianen die constateerden dat hun redacteuren weliswaar in de haarvaten van de stad zaten maar dat dit niet gold voor de verkoopafdeling. 

En nog steeds denken krantenuitgevers, met name TMG, beter af te zijn zonder huis-aan-huisbladen of desnoods dan maar met behoud van echte sufferdjes die zich beperken tot, volgens wederom Erik van Gruijthuisen, nu in de welluidende functie van ‘directeur journalistiek’ bij de huis-aan-huisbladen-tak van De Persgroep, ‘…amuseren, schrijven over wat hij local heroes in de gemeenschap noemt’. In NRC Handelsblad doen Gruijthuijsen en zijn Persgroep-collega Jan van Dun een boekje open over de plannen van De Persgroep met zijn 152 lokale titels. En dat stemt somber.

Het probleem met de huis-aan-huisbladen is dat de meeste verlies schijnen te lijden. Dat dit tot reorganisatie noopt, is logisch… al zou een andere, meer politieke reactie ook denkbaar zijn maar daarover straks meer. De outline van die reorganisatie wordt door Gruijthuijsen en Van Dun in enkele treffende opmerkingen weergegeven, zoals genoteerd door NRC-verslaggever Jan Benjamin: ‘We gaan betere lokale kranten maken. Maar op een efficiënte manier.’ (Van Gruijthuisen); ‘Advertentiebladen noemen we ze ook. De redactie dient enkel als stopper.’ (Van Dun); Kritische journalistiek is volgens de Persgroep meer op zijn plek in het dagblad. ‘In de tijd van Wegener wilden de huis-aan-huisbladen te veel dagblad zijn.’ (Gruijthuijsen). En over de inzet van freelancers: Ontbreekt kritiek? ‘Ik zie geen bezwaren’, zegt Van Gruijthuijsen. ‘Freelancers zijn juist heel begaan met hun lokale omgeving. Regelmatig moeten we hen zelfs beschermen en afremmen in hun kritiek.’

Zou dit het onderscheid zijn tussen een hoofdredacteur en een ‘directeur journalistiek’: de taak om journalisten af te remmen in hun kritiek omdat ze mogelijk te begaan zijn met hun lokale omgeving?

Less is more

Het meest opmerkelijk in het NRC-artikel van Jan Benjamin is echter de volgende passage: Tussen 2008 en 2015 zagen alle huis-aan-huiskranten in Nederland hun advertentie-inkomsten gemiddeld 55 procent dalen. Ook de Persgroep verloor ‘tientallen procenten’. Te veel mensen waren volgens Van Dun ook louter bezig met doorplaatsen van persberichten. ‘Er ging nauwelijks iemand meer op pad.’ In februari van dit jaar besloot de Persgroep daarom het aantal redacteuren terug te brengen van negentig naar dertig. Zo moet meer geld overblijven voor journalistiek. Elke coördinator krijgt maximaal drie titels onder zich. De meeste artikelen komen van freelancers of direct ‘vanuit de maatschappij’.

Behoeft dit commentaar? Nou vooruit: Terwijl ‘te veel mensen bezig waren met het doorplaatsen van persberichten’ – oftewel het ‘direct vanuit de maatschappij’ copy-pasten van kopij – ging het commercieel alleen maar bergafwaarts met de huis-aan-huisbladen. Dat lijkt mij een pleidooi voor het minder fanatiek doorplaatsen van persberichten en het meer inzetten op echte verslaggeverij. Van Dun lijkt dat te beamen: ‘Er ging nauwelijks iemand meer op pad’. De logische oplossing: we brengen het aantal redacteuren terug van negentig naar dertig! Want: ‘Zo moet meer geld overblijven voor journalistiek.’ Zulke nonsens kom je zelfs in de goedkoopste sufferdjes zelden tegen…

Laten we er verder maar geen doekjes om winden, De Persgroep wil zijn 152 lokale nieuwsbladen naar Belgisch model ombouwen tot ordinaire advertentieblaadjes, wat menig huis-aan-huisblad trouwens al is. Gaat dat helpen? Waarschijnlijk niet, zo laat de broedermoord van De Echo op het Amsterdams Stadsblad zien en zo lijken – ironisch genoeg – de heren Van Dun en Van Gruijthuijsen ook zelf te beseffen. Logisch, het probleem is natuurlijk niet (alleen) te veel ‘dure’ journalisten – nieuwsbladredacteuren worden sowieso doorgaans matig betaald – maar een zonder grote inventiviteit niet te winnen concurrentieslag om de adverteerder, die zich liever van reclamefolders en internet bedient en van PR-blaadjes, van zorg- en uitvaartverzekeraars tot overheden.

Wat dat laatste betreft, mag het Amsterdamse Stadsblad wederom als voorbeeld dienen. Ongeveer gelijktijdig met het snel teruglopen van de advertentie-inkomsten van Weekmedia en spoedig daarna de uitverkoop van de stadsbladen aan Erik de Vlieger presenteerden bijna alle Amsterdamse stadsdelen – toen nog veertien min of meer zelfstandige deelgemeenten – een eigen ‘stadsdeelnieuws’, die ze zelf huis-aan-huis lieten verspreiden. Het laat zich raden wat dat voor de omzet van Weekmedia betekende. Er zal ongetwijfeld ook sprake zijn geweest van een sneeuwbaleffect doordat sommige commerciële adverteerders het maatschappelijk belang van het nieuwsblad zagen afkalven door een terugtredende overheid.

Vooral oudere en lager opgeleide lezer is de dupe

‘En de lezers? Houden zij nog van het gratis huis-aan-huisblad dat een keer per week, vaak op woensdag of zondag, op de mat valt?’, vraagt NRC-verslaggever Benjamin zich af in een eerder (24 maart 2017) verschenen artikel over huis-aan-huisbladen. Benjamin concludeert: ‘Jazeker. Volgens onderzoek van bureau NOM dat in Nederland ook de oplagen en het bereik van kranten en tijdschriften telt, lazen 11,9 miljoen Nederlanders vorig jaar wel eens een huis-aan-huiskrant. Dat is 89 procent van de bevolking van dertien jaar en ouder. En 8,3 miljoen Nederlanders zouden elke week het nieuwsblad lezen. Volgens het NOM-onderzoek trekken huis-aan-huisbladen wel een gemiddeld iets ouder en lager opgeleid publiek. Ook geldt: hoe minder stedelijk een gebied, hoe hoger het bereik. Digitaal is de huis-aan-huiskrant nog niet erg doorgebroken. Van de fans leest 99 procent de krant op papier.’

Ondertussen klaagt de politiek over de groeiende kloof tussen overheid en burger; lees tussen politici en hun achterban. Om die kloof te dichten wordt de hele trukendoos opengetrokken, van referenda tot via dobbelen geselecteerde burgerraden. Dit is niet de plek voor een diepgaande analyse van de kloof tussen overheid en burger maar één gedachte laat mij niet los: hoe kan de burger zich betrokken voelen bij het lokale bestuur, laat staan meedenken en meepraten over besluiten die hem aangaan, als hij niet eens op de hoogte is van wat er speelt? Gemeenten zullen tegenwerpen dat zij toch informatieavonden beleggen en hyperactief zijn op Facebook en Twitter… over kloof gesproken.

De lokale democratie kan niet zonder onafhankelijke, kritische lokale journalistiek. Van het soort waarvan De Persgroep vindt dat je die alleen in de dagbladen moet kunnen aantreffen. Helaas verkeren die dagbladen zelf al jaren in een vrijwel constant negatieve spiraal. Steeds minder mensen willen of kunnen een krant betalen; ook dat is een belangrijke verklaring voor de populariteit van huis-aan-huisbladen. Voor helaas te veel mensen zijn de lokale nieuwsbladen domweg onmisbaar, hun enige ‘gedrukte’ verdieping van het nieuws uit de eigen gemeente. De ‘ontlezing’, waar sprake van zou zijn, is mijns inziens vooral een economisch verhaal: consumenten kunnen hun geld maar één keer uitgeven en moeten hun mediabudget over ongekend veel aanbieders verdelen: tv-abonnement, gsm-abonnement en lease bijpassende smartphone, internet plus bijbehorende apparatuur (pc, tablet etc.) en de verlokkingen op dat internet waar in toenemende mate voor moet worden betaald (betaalde content). Het goedkoopste Volkskrant-abonnement kost €212,95 per jaar – digitaal wel te verstaan dus alleen voor consumenten met toegang tot snel internet en in bezit van de nodige apparaten. De kloof tussen rijk en arm, tussen hoog- en laagopgeleid wordt meer en meer een kloof tussen wel en niet geïnformeerd.

In dat licht overstijgen de plannen van De Persgroep een simpele bedrijfsreorganisatie; ze raken de essentie van de journalistiek als waakhond van de democratie. Niets minder dan dat staat op het spel als huis-aan-huisbladen nog slechts advertentieblaadjes mogen zijn, als ze al blijven bestaan. Om die reden zouden politiek en overheid zicht het lot van de nieuwsbladen moeten aantrekken. Dat kan door tenminste een afnamegarantie van advertentieruimte. Wat ook zou helpen is het bemoeilijken van het verspreiden van huis-aan-huis-reclamefolders, door bijvoorbeeld het vervangen van de nee/nee- en nee/ja-stickers door een ‘ja graag’-sticker voor wie absoluut zeker weten graag met reclame wordt bestookt. Dan spreken we natuurlijk wel af dat een huis-aan-huisblad, mits bestaand uit tenminste 30 procent journalistieke inhoud, altijd mag worden bezorgd.

De grootste uitdaging om de nieuwsbladen in stand en op niveau te houden ligt bij uitgevers maar zoals in het begin van dit artikel al gesuggereerd lijkt er weinig reden om al te veel vertrouwen te stellen in de bedoelingen van krantenuitgevers, tenzij zij statutair hebben vastgelegd dat niet winst maar onafhankelijke, pluriforme en professionele nieuwsgaring hun topprioriteit is. In dat laatste geval zou ook subsidie mogelijk moeten zijn om noodlijdende, kleine titels in stand te houden.

Naschrift:

In een bericht laat De Echo weten dat het ‘gerucht’ dat het blad stopt niet klopt. Er wordt, volgens het bericht, gewerkt aan nieuwe opzet. ‘Hoe dat er precies uit gaat zien (uiterlijk, oplage, verspreidingsgebied) is op dit moment nog niet bepaald’, aldus het artikel.

echo

Be the first to comment on "Red de huis-aan-huisbladen van De Persgroep"

Leave a comment

Your email address will not be published.

*