Basisinkomen als nieuwe belofte

basisinkomen

Het basisinkomen wordt al wat jaren regelmatig in de media besproken. Enkele politieke partijen hadden het in hun verkiezingsprogramma staan, op z’n minst als het bestuderen waard. Volgers van de voorloper van dit blog weten dat ook hier veelvuldig is gepleit voor onderzoek naar de haalbaarheid en wenselijkheid van een basisinkomen. Als congresafgevaardigde voor de PvdA wist ik in 2015 een meerderheid te krijgen voor een motie die dit van de partijleiding vroeg. Ondanks een congresmeerderheid blijft de PvdA, zoals overigens vrijwel alle partijen, sceptisch over het basisinkomen. Vooral voor de PvdA is dat een gemiste kans.

De PvdA reageert negatief op het ‘basisinkomen-experiment Terneuzen’: ‘Een onvoorwaardelijk basisinkomen klinkt wel mooi, maar kan de solidariteit en gemeenschapszin juist ondermijnen: van iedereen mag verwacht worden naar vermogen bij te dragen aan de welvaart en collectieve voorzieningen voor hen die met ziekte en tegenslag te maken hebben. Een basisinkomen heeft ook praktische bezwaren. Het is te laag om sociaal acceptabel te zijn of te hoog om economisch haalbaar te zijn. Wel kan een basisinkomen een uitkomst bieden voor mensen die aangewezen zijn op de Participatiewet en die regelmatig op basis van een flexcontract werken. De PvdA steunt daarom lopende experimenten op dit vlak. Een recent experiment in Terneuzen steunen we niet, omdat het hier gaat om giften ter hoogte van de bijstand. Gemeentes gaan niet over inkomenspolitiek, en een landelijk basisinkomen ter hoogte van de bijstand is zoals gezegd economisch niet haalbaar.’

Tja, steunt de PvdA nu wel geen experimenten met het basisinkomen?

Eén ding spreekt duidelijk uit de reactie: de partijtop is nog altijd à priori tegen en baseert zich daarbij graag op de bekende vooroordelen. Zo wordt het idee van een basisinkomen geplaatst tegenover ieders plicht om naar vermogen aan de welvaart en collectieve voorzieningen bij te dragen… alsof hierin een tegenstelling zit. Ook is een basisinkomen per definitie te hoog of te laag.

Om met het eerste argument te beginnen, een basisinkomen is wat het is… het vervangt in beginsel geen inkomen uit werk maar vormt daarvan de fiscale basis. Het is geen uitkering. Wel geldt dat wie geen of onvoldoende inkomen uit werk heeft, door werkloosheid, ouderdom, studie of handicap toch van een basisinkomen is verzekerd, ter hoogte van ongeveer het huidige sociaal minimum: €1.000,- per maand. Dat is inderdaad ‘te weinig’ om optimaal mee te kunnen consumeren. Hierin schuilt dus ook de financiële prikkel om toch zoveel mogelijk inkomsten uit werk te genereren, los van immateriële prikkels om voor betaald werk te kiezen. Wat dat betreft, verandert er weinig met het huidige principe van loon naar werk.

Het belangrijkste verschil met nu is dat niemand zijn hand hoeft op te houden voor een uitkering; die is in de vorm van het basisinkomen gegarandeerd. Dat maakt mensen onafhankelijker en dat kan ertoe leiden dat sommige mensen zullen kiezen voor een in materiële zin minimaal bestaan, met alleen een basisinkomen. Op dit moment zijn er echter ook al grote groepen mensen die meestal onvrijwillig en soms vrijwillig voor een dergelijk bestaan ‘kiezen’.

‘Kan’ het basisinkomen de solidariteit en gemeenschapszin ondermijnen? De vraag stellen, is hem beantwoorden, zo lijkt het. Maar dit zou juist een punt van onderzoek moeten zijn. Solidariteit en gemeenschapszin zijn complexe begrippen. Iemand die voor louter een basisinkomen kiest en veel energie steekt in vrijwilligerswerk, mantelzorg etc. getuigt evident van gemeenschapszin en bespaart de maatschappij veel geld. Solidariteit kan getoond worden door een complex, invaliderend en stigmatiserend stelsel van sociale zekerheid in stand te houden maar ook door het beginsel van een gegarandeerd basisinkomen voor iedereen.

Altijd te hoog of altijd te laag, dat is een veelgehoord bezwaar. Het is bovenal een dooddoener. Hetzelfde geldt natuurlijk voor iedere uitkering ter vervanging van loon uit werk, met uitzondering van de AOW, het basisinkomen voor gepensioneerden. Links vindt uitkeringen vaak te laag, rechts vindt ze standaard te hoog. Een basisinkomen is voldoende, in de geest van het concept, als een volwassene er zelfstandig van kan leven, uitgaande van in Nederland als minimaal geldende levensbehoeften: woonruimte, energie, drinkwater, voeding, kleding en enkele zaken die er tegenwoordig bijhoren om überhaupt mee te kunnen doen en de mogelijkheid te hebben een eigen inkomen te genereren, oftewel toegang tot onderwijs, internet, cultuur en openbaar vervoer.

Hoe utopisch is het basisinkomen eigenlijk?

Of een landelijk basisinkomen ‘economisch niet haalbaar is’, zou juist moeten worden onderzocht. Daar zijn wel wat aanzetten toe gegeven maar een serieus onderzoek met medeneming van alle effecten van – aannames – en voorwaarden voor een basisinkomen heeft bij mijn weten nooit plaatsgevonden. Die voorwaarden zijn het nagenoeg ontbreken van aanvullende inkomensmaatregelen: uitkeringen, toeslagen etc. En dus ook van bijbehorende bureaucratie. De waarschijnlijke effecten zijn een veel grotere arbeidsparticipatie dan nu omdat een basisinkomen zekerheid biedt en betaald werk nooit in de weg staat, anders dan het huidige systeem van werkloosheids- en arbeidsongeschiktheidsuitkeringen. Het basisinkomen maakt werk ook goedkoper, in elk geval aan de onderkant van het loongebouw. Vooral MBK’ers zullen eerder overgaan tot het inschakelen van personeel.

Inkomenszekerheid als reddingsboei voor de PvdA

De PvdA verkeert in de zwaarste crisis sedert zijn oprichting. Bijna enthousiast melden sommige media, zoals Het Parool, dat de sociaaldemocratie ten dode is opgeschreven. Feit is dat ook in de ons omringende landen sociaaldemocraten verlies op verlies lijden. De verklaring is vaak dat ze zich teveel hebben laten meeslepen in het neoliberalisme (Kok, Blair et al) en te weinig oog hebben gehad voor de ontwrichtende kant van massa-immigratie. In Het Parool verklaart de Amsterdamse socioloog Philip van Praag de impopulariteit van de PvdA uit het breken met de belofte van eeuwige vooruitgang. De PvdA kan die niet meer waarmaken in een globaliserende economie en binnen het keurslijf van een neoliberaal Europa; ze kan hooguit aan damage control doen en dat is weinig sexy. Het idee van een basisinkomen, oftewel inkomenszekerheid in een veranderende economie – ook door automatisering, robotisering en ‘deeleconomie’ – zou de PvdA juist aan een nieuwe belofte kunnen helpen.

Voorwaarde voor een basisinkomen zou kunnen zijn dat we het idee van eeuwige economische groei als noodzakelijkheid moeten loslaten en veel meer moeten uitgaan van een economie die de samenleving dient en – met het oog op ons voortbestaan – een circulaire economie. Ook daarin schuilt eerder een echte sociaaldemocratische belofte dan in het meeliften op de liberale gedachte dat alles vanzelf goedkomt als het met de economie maar goed gaat.

 

 

 

 

Be the first to comment on "Basisinkomen als nieuwe belofte"

Leave a comment

Your email address will not be published.

*